beiaarden.nl--andrelehr.nl

Over carillons, gieterijen, musea,campanologie, enz.

-->

T

Tanco
Klokkengieter ten tijde van Karel de Grote op het einde van de achtste eeuw. Hij is alleen maar in de legende bekend.
bron:
André Lehr, Van paardebel tot speelklok. De geschiedenis van de klokgietkunst in de Lage Landen (Zaltbommel, 1971, 2de druk 1981), p.43-44.

Martinus Tarcke
Hij goot in 1791 een klok voor Bergen op Zoom.

John Taylor Bellfounders
In 1784 nam Robert Taylor (1759-1830) te St. Neots, 25 km westelijk van Cambridge, de klokkengieterij van Edward Arnold over. Het jaar 1784 is derhalve het stichtingsjaar van de Taylor-klokkengieterij. Robert had twee zonen William (1795-1854) die ongehuwd bleef en John (1797-1858). Beiden werkten enige tijd in hun vaders gieterij doch stichtten tenslotte een eigen gieterij in Oxford. In 1840 verhuisde John echter naar Loughborough, 55 km noordoostelijk van Birmingham. Sinds genoemd jaar is de Taylor-gieterij in die plaats gevestigd.
Na Johns dood in 1858 werd de gieterij voortgezet door zijn zoon John William Taylor (1827-1906). Hij bracht de gieterij tot grote bloei, terzijde gestaan door zijn gelijknamige zoon John William (1853-1919). Na de dood van de vader in 1906 ging het bedrijf over op genoemde zoon alsmede op een andere zoon Edmund Denison (1864-1947). Later kwam ook de zoon van John William jr, Pryce Taylor (1891-1927) in de gieterij. Na de dood van Pryce was het zijn halfbroer Paul Taylor (1914-1981) die aantrad en die vervolgens na de dood van zijn oom Edmund in 1947 de enige directeur werd. Na zijn dood in 1981 was er geen opvolger meer binnen de Taylor-familie. Vanaf toen zou een directeur buiten de familie aangetrokken worden.
Edmund Denison was het die als eerste in Engeland een klok zuiver wist te stemmen. Het eerste gelui met die kwaliteit dateert van 1896, in 1904 gevolgd door een beiaard voor zijn eigen gieterij. Taylor zou dankzij zijn voortreffelijk vakmanschap over de gehele wereld beiaarden leveren, ook in Nederland. Meestal werden die door de uurwerkmaker en beiaardinrichter Addicks te Amsterdam geïmporteerd. In Nederland is zijn mooiste werk in de Peperbus te Zwolle te horen. Dat dateert uit 1929/30. Reeds vóór de Tweede Wereldoorlog heeft Taylor over de gehele wereld talloze beiaarden geleverd. Zijn betekenis voor de beiaardkunst kan dan ook niet gauw overschat worden. Na 1945 heeft Taylor zijn toonaangevende rol geleidelijk aan verloren. In Nederland heeft het bedrijf sindsdien geen beiaarden meer geleverd.
bronnen:
The Taylor Bell Foundry, Loughborough, England (uitgave van Taylor).
Taylor 1759-1959. Two hundred years of History (uitgave van Talyor).
Trevor S. Jennings, Master of My Art. The Taylor Bellfoundries 1784-1987 (Loughborough, 1987).

Theophilus
Theophilus, een monnik uit het klooster te Helmarshausen nabij Paderborn, schreef omstreeks 1125 een uitvoerige verhandeling over kunstzinnige ambachten waaronder het klokkengieten. Hij was daarmee de eerste in de geschiedenis die dat deed. Mogelijk was hij in werkelijkheid Rugerus van Helmarshausen die een prachtig zilveren draagaltaar voor de kathedraal van Paderborn heeft gemaakt. Zijn uiteenzetting over het klokkengieten is echter zó uitvoerig en zó deskundig dat er nauwelijks aan getwijfeld moet worden dat hijzelf ook klokken goot. Omdat in zijn tijd klokken zelden of nooit gesigneerd werden, kan niet meer nagegaan worden of er nog klokken van hem bestaan. Wel is zeker dat er meerdere klokken zijn die aan de typische kenmerken van de door hem beschreven klokken voldoen.
bron:
André Lehr, Van paardebel tot speelklok. De geschiedenis van de klokgietkunst in de Lage Landen (Zaltbommel, 1971, 2de druk 1981), p.47-54.

I.C. Thirion
Zie Jean Baptiste Nicolas en François Alexandre Gaulard. 

P. Thouvenel
Zie Clément Drouot.

Willem Tolhuis
Van 1527-1539 te Arnhem en Nijmegen. In laatstgenoemd jaar goot hij de 4½ ton zware klok voor de Eusebiuskerk te Arnhem. Hij stierf vóór 1541. Zijn zoon Engel werd ook klokkengieter.

Engel Tolhuis
Zoon van Willem. Werkte van 1541-1557 te Nijmegen.

Jan Tolhuis
Over deze Utrechtse klokkengieter horen wij te Utrecht voor het eerst in 1534, dus ongeveer op het tijdstip dat klokkengieter Henrick de Borch de Oudere stierf. Een verband lijkt aanwezig omdat Tolhuis toen met de weduwe van De Borch trouwde. Tolhuis en zijn echtgenote namen in 1534 aan om twee klokken voor de Buurkerk te gieten. Maar reeds voordien goot hij klokken en wel vanaf 1527. Of hij toen al in Utrecht woonde is niet zeker. In 1540 werd hij tot stadsklokken- en geschutgieter benoemd en in 1541 verkreeg hij burgerrecht. Tolhuis is een zeer productief gieter geweest, ook wanneer het om geschut ging. Zijn laatst bekende klok dateert uit 1556. Hij was de eerste Noord-Nederlandse gieter die renaissancemotieven als versiering gebruikte. Jan Tolhuis zal in 1558 overleden zijn.
bron:
C.N.Fehrmann, De Utrechtse klokgieters en hun verwanten. In: Klokken en Klokkengieters (Culemborg, 1963), p.159-311.

Johannes de Trajecto
Deze klokkengieter leefde in het begin van de veertiende eeuw en was waarschijnlijk van Maastricht afkomstig.
bron:
C.N.Fehrmann, De Kamper klokgieters. Hun naaste verwanten en leerlingen (Kampen, 1967), p.32.

Henricus de Tremonia
Van deze gieter kennen wij twee klokken in Groningen uit de jaren 1517 en 1520. Het ligt voor de hand om aan te nemen dat hij tot het klokkengietersgeslacht Van Trier behoorde. Maar op welke wijze is onduidelijk.

De familie Van Trier
De familie Van Trier was afkomstig van Trier, doch op het moment dat zij als klokkengieters bekend werden, woonden zij al in Aken. Leden van dit geslacht hebben onder andere ook gewoond en gewerkt te Luik, Nijmegen en Huissen. Klokken van hen vindt men in een wijd gebied rondom Aken over een periode van bijna drie eeuwen, namelijk van 1410 tot 1700. Ook aangetrouwde familie was erbij betrokken zoals Willem en Johan Philipsen, Steven Rutgers en Rutger Peckel. Zij allen werkten dikwijls alleen maar ook in wisselende compagnonschappen. Niet alle Van Trier klokkengieters zijn voor Nederland belangrijk. De Van Triers die daar niet geleverd hebben, zullen in het navolgende slechts genoemd worden indien dit voor het verband noodzakelijk is. Nu reeds zij vastgesteld dat de klokkengieters Van Trier van niet geringe betekenis zijn geweest voor de Nederlandse klokkengietkunst.
bronnen:
A. Dorgelo, De klokkengieters Van Trier en hun werk. In: Gelre, deel 60, 1961, p.1-90.
Jörg Poettgen, Studien zur Geschichte des Glockengießer “von Trier”. In: Jahrbuch für Glockenkunde, 5.-6. Band, 1993/94, p.5-31.

Peter van Trier
Peter van Trier, ook wel bekend onder de naam Peter de Beyschen, is de oudste bekend klokkengieter van die naam. Hij wordt beschouwd als de stamvader van de Akense klokkengieters Van Trier. Klokken van hem zijn bekend uit de periode 1410-1414. In laatsgenoemd jaar goot hij een klok voor het Limburgse Hoensbroek.
bronnen:
A. Dorgelo, De klokkengieters Van Trier en hun werk. In: Gelre, deel 60, 1961, p.1-90.
Jörg Poettgen, Studien zur Geschichte des Glockengießer “von Trier”. In: Jahrbuch für Glockenkunde, 5.-6. Band, 1993/94, p.5-31.

Drie generaties Gregorius en Johan van Trier
Van deze klokkengieters vindt men klokken over een periode van 1414 tot 1575, hetzij individueel gegoten, hetzij tezamen. Gezien de periode van meer dan anderhalve eeuw lijkt het aannemelijk om over drie generaties Gregorius en Peter te spreken, waarbij de overgang van de ene naar de andere generatie mede gemarkeerd lijkt te worden door het tijdelijk ontbreken van klokken van een van hen of van beiden. Daarom onderscheidt men:
Johan I van wie klokken in de periode 1462-1502 bekend zijn. Hij heeft geen klokken in Nederland of België geleverd.
Gregorius I, zoon van Johan I, met klokken in de periode 1472-1518. Hij woonde na 1482 te Aken. Onder andere goot hij in 1513 twee klokken voor het Limburgse Buchten.
Johan II met klokken in de periode 1514-1541. Hij werkte zowel in Zuid-Nederland als in Brabant en Luik. Voor de laatste plaats goot hij in 1526 een voorslag; vijf jaar later een voor Hasselt (B.). 
Gregorius II met klokken tussen 1538-1575. Hij verhuisde in 1541 vanuit Aken naar Luik. In die omgeving, maar ook in Limburg goot hij veel klokken. Geboren omstreeks 1515 stierf hij te Luik tussen 1576 en 1580. 
Johan III met klokken tussen 1538-1574. In de periode 1538-1547 werkte hij samen met Gregorius II. Daarna opereerde hij alleen, zij het dat hij een enkele keer samenwerkte met Henrick I van Trier die waarschijnlijk zijn broer was. Zijn laatste klok dateert vermoedelijk uit 1574. Hij sloot in 1589 een contract met Spanje om in Lissabon een geschutgieterij te stichten. Hij bleef echter burger van Aken en overleed aldaar vóór 1605. Van hem zijn in Nederland geen klokken bekend.
bronnen:
A. Dorgelo, De klokkengieters Van Trier en hun werk. In: Gelre, deel 60, 1961, p.1-90.
Jörg Poettgen, Studien zur Geschichte des Glockengießer “von Trier”. In: Jahrbuch für Glockenkunde, 5.-6. Band, 1993/94, p.5-31.

Peter I van Trier
Peter I van Trier, een broer van Henrick I met wie hij een enkele keer samenwerkte, was klokkengieter te Aken. Aldaar werd hij in 1527 geboren; hij stierf omstreeks 1595. Hij had twee dochters. Van hem vindt men een twintigtal klokken in de periode 1545-1585. Ook in Nederland heeft hij klokken geleverd, zoals in Delft en Nijmegen. Bovendien wordt hij herhaalde malen als geschutgieter vermeld.
bronnen:
A. Dorgelo, De klokkengieters Van Trier en hun werk. In: Gelre, deel 60, 1961, p.1-90.
Jörg Poettgen, Studien zur Geschichte des Glockengießer “von Trier”. In: Jahrbuch für Glockenkunde, 5.-6. Band, 1993/94, p.5-31.

Henrick I van Trier
Henrick I van Trier, een broer van Peter I met wie hij een enkele keer samenwerkte, was klokkengieter te Aken. Hij werd aldaar omstreeks 1530 geboren. Hij was een productief gieter van wie een vijftigtal klokken in de periode 1552-1594 bekend zijn. Vanaf 1570 werkte hij uitsluitend nog in Nederland, en zeker niet aan de geringste projecten waaronder niet alleen het gieten van klokken maar ook en dikwijls vooral geschut. Jan Burgerhuis die zich later als zelfstandig gieter zou presenteren, was een knecht van hem. In ons land werd Henrick van Trier vooral vermaard door de ongeveer 8750 kg wegende klok uit 1570 in de Oude Kerk te Delft. Deze klok was eeuwen lang de zwaarste van Nederland. Ook goot hij in 1577/78 luidklokken voor de Martinitoren te Groningen. De grootste daarvan weegt circa 7850 kg. Henrick hield zich soms met kleine beiaarden bezig, zonder enig succes overigens. Ook voor andere grotere steden goten hij relatief zware klokken Hij stierf in 1610. Hij had een zoon die hem echter niet zou opvolgen. Henrick I van Trier is stellig de belangrijkste Van Trier voor Nederland geweest.
bronnen:
A. Dorgelo, De klokkengieters Van Trier en hun werk. In: Gelre, deel 60, 1961, p.1-90.
Jörg Poettgen, Studien zur Geschichte des Glockengießer “von Trier”. In: Jahrbuch für Glockenkunde, 5.-6. Band, 1993/94, p.5-31.

Johan IV van Trier
Van Johan IV van Trier, zoon van Peter I, kennen wij circa 35 klokken uit de periode 1579-1620. Rond 1600 goot hij enkele klokken samen met zijn broer Nicolaus, die overigens nooit zelfstandig heeft gewerkt. In 1611 goot hij met Peter II een klok, mogelijk zijn zoon. Met zijn zoon Frans goot hij in 1613 een klok. Na vertrek uit Aken en een kort verblijf in Keulen omstreeks 1605, waar hij vooral als geschutgieter werkzaam was, zou hij zich kort daarna te Nijmegen vestigen. Mogelijk deelde hij toen de gieterij met Peter II die vanaf 1609 in Nijmegen wordt gesignaleerd. Dit verklaart ook dat hij vanaf toen vrijwel uitsluitend klokken voor Nederlandse kerken heeft gegoten.
bronnen:
A. Dorgelo, De klokkengieters Van Trier en hun werk. In: Gelre, deel 60, 1961, p.1-90.
Jörg Poettgen, Studien zur Geschichte des Glockengießer “von Trier”. In: Jahrbuch für Glockenkunde, 5.-6. Band, 1993/94, p.5-31.

Frans van Trier, zoon Jacob en kleinzonen Christoph en Johannes Jacobus
Frans van Trier werd te Aken als zoon van Johan IV in 1586 geboren en stierf aldaar in 1672. Zijn zoon Jacobus leefde van 1615-1661, kleinzoon Christoph werd in 1645 geboren en de andere kleinzoon Johannes Jacobus in 1651. Het waren typische Akense gieters ofschoon zij ook wel een enkele klok in Nederland hebben geleverd. Soms werkten zij samen, soms ook alleen. Klokken van Frans kennen wij uit de periode 1620-1672, van Jacobus 1640-1660, Christoph 1672-1700 en Johannes Jacobus 1668-1700. De kleinzonen waren de laatste klokkengieters Van Trier.
bronnen:
A. Dorgelo, De klokkengieters Van Trier en hun werk. In: Gelre, deel 60, 1961, p.1-90.
Jörg Poettgen, Studien zur Geschichte des Glockengießer “von Trier”. In: Jahrbuch für Glockenkunde, 5.-6. Band, 1993/94, p.5-31.

Peter III van Trier
Peter III van Trier werd in 1585 te Aken geboren. Hij was waarschijnlijk een zoon van Johan IV met wie hij de Nijmeegse gieterij deelde. Omstreeks 1609 trad hij in het huwelijk met Catharine Philipsen. Mogelijk was zij van Aken afkomstig. Zijn werkzame leven te Nijmegen begon in datzelfde jaar 1609 en zou tot 1643 duren. Peter III was een zee productief gieter die vrijwel uitsluitend klokken in Nederland heeft geleverd. Uitgesproken hoogtepunten waren daar niet onder, het zij in 1634 twee klokken voor Zaltbommel waarvan de zwaarste ongeveer 8000 pond woog. 
In 1609 werkte hij samen met een verder onbekende Johannes Hellings. Daarna met zijn zwagers Willem en Johan Philipsen, maar ook zelfstandig, evenals de Philipsen dat deden. De samenwerking met eerstgenoemde was overigens slechts van korte duur, van 1623-1625. Met Johan Philipsen duurde dat aanzienlijk langer, van 1623-1643. Ook werd vanaf 1624 een zekere Willem Everts, woonachtig te Nijmegen, in het compagnonschap opgenomen. Dat duurde tot 1639. Maar reeds voordien, in 1636 had Everts zich ook als zelfstandig gieter te Arnhem gevestigd. Een familierelatie van Everts met de Van Triers is niet aangetoond. En tenslotte, in 1643 werkte hij samen met zijn zoon Johan V die toen 27 was.
Hij kreeg talrijke kinderen. Drie van hen werden eveneens klokkengieter, namelijk Johan V, Peter III en Henrick II die zich in Huissen vestigden alwaar hun vader al eerder een tweede gieterij gesticht had. Peter III van Trier stierf in 1643.
bronnen:
A. Dorgelo, De klokkengieters Van Trier en hun werk. In: Gelre, deel 60, 1961, p.1-90.
Jörg Poettgen, Studien zur Geschichte des Glockengießer “von Trier”. In: Jahrbuch für Glockenkunde, 5.-6. Band, 1993/94, p.5-31.

De gebroeders Johan V, Peter IV en Henrick II van Trier
Drie zonen van Peter II zouden zich met het klokkengieten bezighouden. Het waren Johan V (*1616) van wie wij klokken kennen uit de periode 1643-1659, Peter IV (*1623) met klokken in de periode 1644-1686 en Henrick II (*1626) met klokken in de periode 1648-1659. Zij hadden hun werkplaats in Huissen die hun vader daar gesticht had. De gebroeders werkten alleen maar ook in wisselden combinaties. Peter IV werkte in 1646 samen met Johan Philipsen, zwager van zijn vader Peter III. Na 1659 verliezen wij Johan V en Henrick II uit het oog. Zochten zij in een ander vak emplooi? 
Nadat Peter III een aantal jaren geheel alleen had geopereerd, vond hij in 1671 een nieuwe partner in de persoon van Rutger Peckel. Deze was in 1671 getrouwd met Dirickske, een dochter van hem. Van deze Peckel kennen wij klokken, al of niet in compagnonschap, van 1671 tot 1675 ofschoon hij tot 1696 klokken bleef gieten. Na 1675 zien wij Steven Rutgers als compagnon. Deze was in 1661 getrouwd met Catharina Philipsen, een dochter van Johan Philipsen. Van hem kennen wij klokken, al of niet alleen gegoten, tussen 1675 en 1681.
Kinderen van Johan V en Henrick II van Trier, zo die er al waren, hebben hun vaders niet in het vak opgevolgd. Wel echter van Peter IV van Trier. Zijn zonen Peter V en Johan VI zouden in het voetspoor van hun vader treden. 

De gebroeders Peter IV en Johan VI van Trier
Johan VI van Trier, geboren te Huissen in 1665 als zoon van Peter III, zou slechts een enkele keer als klokkengieter optreden en wel samen met zijn vader in 1684 en 1686. Peter IV daarentegen, eveneens te Huissen geboren maar dan in 1652, zou wel als zelfstandig meester werken. Maar het is slechts een korte periode geweest, van 1688 tot 1697. Daarna lijkt de Huissense gieterij gesloten te zijn. Het aantal klokken dat hij heeft gegoten, is dan ook gering. Samen met zijn achterneef Johannes Jacobus van Trier, kleinzoon van Frans van Trier, zou hij de laatste klokkengieter van die naam zijn. Hij stierf waarschijnlijk in 1727.
bronnen:
A. Dorgelo, De klokkengieters Van Trier en hun werk. In: Gelre, deel 60, 1961, p.1-90.
Jörg Poettgen, Studien zur Geschichte des Glockengießer “von Trier”. In: Jahrbuch für Glockenkunde, 5.-6. Band, 1993/94, p.5-31.