beiaarden.nl--andrelehr.nl

Over carillons, gieterijen, musea,campanologie, enz.

-->

S

Gobel Sael
Zie Gobel Zael.

A. Sardemann
Van deze klokkengieter te Amsterdam kennen wij een kleine klok te Enschede. De klok draagt geen jaartal.

F.J. Saris & Zoon
Van deze firma hing in de toren van de vroegere Beurs te Rotterdam een luidklokje dat in 1904 gegoten was.
bron:
Loosjes, De Torenmuziek in de Nederlanden (Amsterdam, 1916), p.141.

Franciscus Schaapman
Franciscus Schaapman werd te Amsterdam in 1715 geboren. In 1721 verkreeg hij het poorterrecht. Schaapman overleed te Amsterdam in 1755.Van deze gieter kennen wij slechts enkele klokken uit 1742-1754 waaronder een paar kleine. Hij heeft ook meerdere vijzels gegoten.
bronnen:
B.Bijtelaar, De Zingende Torens van Amsterdam (Amsterdam, 1947), p.45.
D.A. Wittop Koning, Nederlandse vijzels (Weert, 1989), p.45

De heer Jan Terveer uit Neede meldt andere gegevens (december 2012):

Franciscus (Francois) Schaapman, gedoopt 29 juni 1690 in Amsterdam, overleden 1755 in Amsterdam, beroep Klokkengieter.
Doopregister kerk De Lely (RK) Amsterdam, DTB 343, pagina 91. Huwelijk: DTB 710, pagina 147. Hij trouwt 1 november 1715 in
Amsterdam, Emerentia Harmens Moerman, geboren 1685 in Amersfoort. Emerentia: Dochter van Harmen Moerman en Lucretia (NN).

 

Bron: https://stadsarchief.amsterdam.nl/archieven/archiefbank/indexen/doopregisters/zoek/index.nl.html

Johann Schallenbergh
Zie Jan II Fremy

Hans Gerlach Schenck
Van deze klokkengieter te Groningen kennen wij klokken uit 1638.
bron:
J.Arts & F.Donders, Muziek der Klokken. In: Sint Gregorius-Blad, jg.56, 1931, p.221.

Franz Schilling & Söhne
Deze te Apolda (Thüringen) gevestigde klokkengieterij bestond reeds vele jaren toen Franz Friedrich Schilling het bedrijf in 1876 kocht. Sindsdien is de gieterij steeds door een Schilling geleid. Vooral in de tijd voor de Tweede Wereldoorlog maakte de klokkengieterij gouden tijden mee. Talloze luidklokken werden geleverd en soms zelfs een klokkenspel. Na de oorlog volgde in 1946 een herstart waarbij allengs rekening gehouden moest worden met het feit dat Apolda in de DDR lag. In 1972 werd de klokkengieterij een volkseigener Betrieb hetgeen betekende dat de toenmalige eigenaar Peter Schilling tot bedrijfsleider werd gedegradeerd. Na de oorlog werden overigens zeer redelijke klokkenspelen in de DDR geleverd. De klokkengieterij heeft die Wende in 1989 niet overleefd. Het bedrijf werd in 1988 gesloten.
Volledigheidshalve zij nog opgemerkt dat na de oorlog in 1949 Friedrich Wilhelm Schilling, neef van Peter, een klokkengieterij te Heidelberg stichtte. Na diens dood in 1971 werd de gieterij overgenomen door klokkengieterij Bachert te Karlsruhe, thans geheten Karlsruher Glocken- und Kunstgießerei. De klokkengieterij te Heidelberg werd in 1982 gesloten.
In de jaren 1931-1933 heeft Franz Schilling & Söhne een vijftal luidklokken in Nederland geleverd.
bronnen:
Kurt Hübner, Der Glockenguß in Apolda (Weimar, 1983).
Dieter Schmidt, Friedrich Wilhelm Schilling. Leben und Werk (Nürnberg, 1992).
Hans-Georg Eichler, Handbuch der Stück- und Glockengießer auf der Grundlage der im mittleren und östlichen Deutschland überlieferten Glocken (Greifenstein, 2003), p.233-236.

Gerrit Schimmel
Gerrit Schimmel heeft zich omstreeks 1660 te Deventer gevestigd. en wel als opvolger van Henrick ter Horst die in 1680 stierf doch na 1658 nog slechts één klok goot en wel in 1679. Enig bewijs van een daadwerkelijke samenwerking in het gieten van klokken bestaat dan ook niet. Schimmel huwde Mecheltjen ter Horst, dochter van Frans die een broer van Henrick ter Horst was. Klokken van Schimmel bestrijken de periode van 1661 tot 1705. Hij stierf in 1707.
Samen met een zekere Roelof Henrijkcs goot hij in 1661 een klok.
bron:
M.M. Doornink-Hoogenraad, Deventer klokgieters en hun gieterij. In: Verslagen en Mededeelingen van de Vereeniging tot Beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis, 57ste stuk, 2de reeks, 33ste stuk, 1941, p.77-127.

Johannes Schonenborch
Johannes Schonenborch geniet vooral bekendheid als compagnon van Geert van Wou ofschoon hij ook zelfstandig klokken goot. Over zijn afkomst is niets bekend. Hoogstens mag men op grond van de bronnen vermoeden dat hij uit Oos-Friesland afkomstig was. Reeds vóór 1500 moet hij in Kampen hebben gewoond en bovendien als een man va enig aanzien. In 1498 werd hij namelijk in het Kamper schepenmemorie opgenomen.
De periode van samenwerking met Geert van Wou beslaat de jaren 1507-1527 hetgeen overigens niet zegt dat hij toen geen klokken voor eigen rekening heeft gegoten. Bovendien had hij in 1506 met Arnt van Wou samengewerkt. Maar hoe dit ook zij, Van Wou en Schonenborch waren derhalve gelegenheidscompagnons. Bovendien lijkt het erop dat naarmate Geert van Wou jr. meer op de voorgrond trad, Johannes Schonenborch zijn eigen activiteiten naar Oost-Friesland verplaatste, wellicht mede ingegeven omdat zijn zoon Wolter in Emden woonde en werkte. Maar op het laatst van zijn leven zien wij hem in dienst van de stad Groningen. Hij stierf te Emden in 1527. Zijn laatst bekende klok dateert uit 1526.
bron:
C.N.Fehrmann, De Kamper klokgieters. Hun naaste verwanten en leerlingen (Kampen, 1967), p.123-125.

Pieter Seest sr.
De in 1716 geboren Pieter Seest was afkomstig van Holstein (Dtld). Zijn eerste klok in Amsterdam dateert uit 1756, op het moment dat hij nog meesterknecht in de Amsterdamse gieterij was. Pas in 1770 zou hij het beheer over de klokken- en geschutgieterij krijgen, zij het als directeur in stadsdienst. De kwaliteit van zijn klokken die een periode 1756-1780 beslaan, was niet van uitzonderlijke klasse. In het bijzonder geldt dit voor het gietwerk. Nochtans was zijn oeuvre omvangrijk, ook voor wat geschut betreft. Hij stierf in 1780 te Amsterdam.
bron:
B.Bijtelaar, De Zingende Torens van Amsterdam (Amsterdam, 1947), p.43-44.

Steven Seest en P. van Hasselt
Was Steven Seest een zoon van Pieter sr.? Het lijkt niet onwaarschijnlijk. Genoemd tweetal goot in 1780 een klok. Meer van hen is niet bekend.
bron:
M.A.Brandts Buys, Lijst van Nederlandsche klokkengieters met enkele bizonderheden (’s-Hertogenbosch, 1925), p.16.

Pieter Seest jr.
Pieter jr. is een van de zonen van Pieter Seest sr. te Amsterdam. Wij kunnen slechts twee klokken van hem noemen, uit 1782 en 1790.
bron:
B.Bijtelaar, De Zingende Torens van Amsterdam (Amsterdam, 1947), p.44.

Christiaan en Jan Seest
Deze zonen van Pieter Seest sr. volgde hun vader na diens dood in 1780 op. Maar Jan vertrok al na een jaar waarna Christiaan Seest directeur van de Amsterdamse gieterij werd. In 1816 vertrok hij naar het toenmalige Nederlands-Indië met achterlating van een schuld van tienduizend gulden. Klokken van beide gieters, individueel of gezamenlijk, dateren uit 1781-1792.
bronnen:
B.Bijtelaar, De Zingende Torens van Amsterdam (Amsterdam, 1947), p.44.
M.A.Brandts Buys, Lijst van Nederlandsche klokkengieters met enkele bizonderheden (’s-Hertogenbosch, 1925), p.16.

Seghebodus
Klokkengieter die tussen 1373 en 1383 meerdere klokken in Noord-Nederland en Oost-Friesland heeft gegoten.

Klokkengieterij Sergeys
Uit het huwelijk van Reine Berbe van Aerschodt (*1820) en Pierre Sergeys (1827-1912) werd de zoon Constant (1855-1935) geboren. Deze zou door zijn peetoom en oom Dominique van Aerschodt (*1822) tot klokkengieter zijn opgeleid. Reeds voordien had vader Pierre zich op zeer bescheiden schaal met klokkengieten bezig gehouden. Na in 1893 gehuwd te zijn werd Constant geadviseerd om zich als niet als klokkengieter in Leuven te vestigen alwaar de Van Aerschodts dominant aanwezig waren. Hij vertrok daarom naar Chênée nabij Luik. Toen de concurrentie in Leuven minder werd, keerde hij echter in 1928 terug naar Leuven. Bij die gelegenheid gaf Constant het roer over aan zijn zoon François (1896-1982) ofschoon hij tot zijn dood in 1935 bleef meewerken. Constant en zoon François kregen bekendheid door hun beiaard (1930-1932) voor de Leuvense Sint Pieter. Ook kleinzoon Jacques (*1933), die in 1970 het bedrijf van zijn vader zou overnemen, hield zich met beiaarden bezig.
In de jaren zeventig van de twintigste eeuw kreeg het bedrijf geldelijke problemen. Toen ook werden klokken niet langer in eigen bedrijf gegoten, doch bij andere gieters, zoals bij Eijsbouts te Asten bijvoorbeeld. Voor de leek was de uitvoering van die klokken echter zodanig alsof ze in Leuven waren gegoten. De klokkengieterij eindigde in 1980 toen deze, gedwongen door financiële nood, werd verkocht aan het uurwerkbedrijf Clock-o-Matic, toen nog gevestigd te Herent nabij Leuven. De klokkengieterij werd vervolgens ontmanteld en na vele eeuwen werden in Leuven geen klokken meer gegoten.
bronnen:
Jef Rottiers, Beiaarden in België (Mechelen, 1952), p.77.
Stad met Klank. Vijf eeuwen klokken en klokkengieters te Leuven. Tentoonstelling 16 juni – 3 september 1990, p.62-73.

Claes Sickmans
De klokken- en geschutgieter Claes Sickmans te Groningen overleed in 1634.
bron:
C.N.Fehrmann, De Utrechtse klokgieters en hun verwanten. In: Klokken en Klokkengieters (Culemborg, 1963), p.159-311.

Jean, François en Thomas Simon en Antoine, zoon van Jean
Zie: Lotharingse klokkengieters in het vroeg-17de eeuwse Nederland.

Nicolas Simon
Deze Duitse gieter, zoon van Joseph Simon en vermoedelijk uit de omgeving van Bonn, is bekend van klokken in de periode 1786-1792. In Nederland maakte hij, voor zover bekend, in 1787 en 1791 twee klokken. Ook werkte hij in 1790 en in 1791 samen met Claude Deforet en Clément Drouot (aldaar meer bijzonderheden). Deze samenwerking doet vermoeden dat hij oorspronkelijk uit Lotharingen kwam. Zeker is dat daar meerdere klokkengieters van die naam gevonden werden.
bron:
Karl Walter, Glockenkunde (Regensburg & Rom, 1913), p.876.

T. Simons & I. Chaudoir
Op enkele klokken in Nederland, onder andere te Nederwetten uit 1744. Blijkens het opschrift woonden zij te Luik. Een François Chaudoir uit Luik goot een klokkenspel voor Tongeren in 1782.

Johannes Sithof
Deze klokkengieter uit Brussel goot in 1636 een klok voor Teteringen in Noord-Brabant.

Petrus de Sittert
Deze klokkengieter goot in 1309 een klok voor Susteren en omstreeks dezelfde tijd voor Sittard..

Familie Slegers
Zie Klokkengieterij Causard.

Willem Sloterdiic
In de jaren 1450-1458 werkte Willem Sloterdiic samen met Gherijt Butendiic. Sloterdiic, dikwijls foutief gespeld als Cloterdiic, was mogelijk afkomstig van Delft. In elk geval heeft hij daar tussen 1434 en 1450 gewerkt. Zo leverde hij zowel voor de Oude als de Nieuwe Kerk te Delft ijzerwerk en messing voorwerpen. Als compagnons goten Gherijt en Willem in 1450 een luidklok voor de Oude Kerk die inmiddels weer verdwenen is.
In 1455 werkte Steven Butendiic samen met Willem Sloterdiic. Van hen hangt een klok te Schiedam.
bron:
C.N.Fehrmann, De Utrechtse klokgieters en hun verwanten. In: Klokken en Klokkengieters (Culemborg, 1963), p.159-311.

Johannes Specht sr.
De geel- en klokkengieter Johannes Specht werd in 1699 te Rotterdam geboren als zoon van de geelgieter Arnout Specht sr. In 1729 trouwde hij met Engelina Crombosch een zus van de Amsterdamse geelgieter, tevens klokkengieter Alewijn Crombosch. Hij vervulde enkele bescheiden functies in de Lutherse gemeente van Rotterdam. Ook was hij enkele malen hoofdman van het gilde van St.Eloy. In 1763 maakte hij per testament zijn neef Johannes jr., zoon van zijn broer Arnout jr. en kleinzoon van de in de aanvang genoemde Arnout sr., tot erfgenaam. In datzelfde jaar stierf hij. Klokken van hem beslaan de periode 1730-1763.
bron:
Kanonnen, Klokken en Kandelaars. Koper en brons uit Rotterdam. Catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling in het Schielandshuis te Rotterdam 26 maart – 27 juni 1999, p.109.

Johannes Specht jr.
Johannes Specht, geboren te Rotterdam in 1741, was de zoon van Arnout jr. en kleinzoon van Arnout sr., beiden geelgieters en junior bovendien klokkengieter. In 1763 was Johannes jr. erfgenaam van Johannes sr. Klokken van hem beslaan de zeer korte periode van 1766-1769. Junior stierf in 1773.
bron:
Kanonnen, Klokken en Kandelaars. Koper en brons uit Rotterdam. Catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling in het Schielandshuis te Rotterdam 26 maart – 27 juni 1999, p.110.

Everardus Splinter
Everardus Splinter wiens eerste vermelding wij terugvinden in een tresoriersrekening uit Den Haag als clockgieter tot Haarlem. Omtrent zijn afkomst is weinig bekend. In 1625 volgt hij Henrick Woltersz. Wegewaert de Jongere in Enkhuizen op. Aldaar overlijdt hij in 1642.

Conradus Splinter
Zoon van Everardus. Na 1642 stadsklokken- en geschutgieter te Enkhuizen. Hij stierf in 1651 in die stad.

Carolus Spronneaux &Hugo Veri
Zeker is dat Carolus Spronneaux een klokkengieter uit Lotharingen was. Hij goot in 1686 individueel klokken in de provincie Groningen alsmede in Oost-Friesland. Maar zowel in 1685 als in 1686 werkte hij ook samen met Hugo Veri van wij niet zeker weten of hij eveneens uit Lotharingen kwam. Kennelijk hebben beiden slechts enkele jaren in het noorden gewerkt.

Steen &Borchhardt
Jan Steen werkte van 1755-1762 samen met Johannes Christiaan Borchhardt onder de naam Steen & Borchhardt. Steen stierf te Enkhuizen in 1762.

Jan ter Steghe
Zie Geert van Wou jr. van wie hij een compagnon was.

Stephanus
Klokkengieter Stephanus goot tussen 1320 en 1352 klokken in de provincie Friesland.

Adriaan Steylaert
De Mechelse klokkengieter Adriaan Steylaert werd omstreeks 1530 geboren en stierf in 1581. Via zijn moeder was Jacob Waghevens een oudoom van hem. Zijn grootmoeder Elisabeth Fierens had namelijk een zuster Catharina die met Jacob Waghevens getrouwd was. Bij hem heeft Adriaan Steylaert waarschijnlijk ook het vak geleerd. Bovendien werkten beide gieters wel eens samen, zoals in 1566 met een voorslag voor Amsterdam. Maar soms werkte Steylaert alleen, bijvoorbeeld met een klok uit 1564 voor de Sint Romboutstoren te Mechelen. Ook sloot hij in 1577 met Groningen een contract voor levering van een voorslag. Maar uiteindelijk ging dat niet door. Het aantal klokken dat hij goot, is overigens niet groot. Wel heeft hij meerdere fraaie tafelbellen gegoten.
bronnen:
Gaston van den Bergh, Kort overzicht van de twaalf klokkengieters die de beiaard van Sint-Romboutstoren goten. In: Beiaardrecitals. Recitals de Carillon, Mechelen 1976, p.17-31.
Marc & Karine van Bets-Decoster, De Mechelse klokkengieters (Mechelen, 1998), p.57-59.

Joannes Stock
Hij goot in 1775 een klok voor Neer in Limburg. Vrijwel zeker is hij dezelfde als Johann Michael Stocky die te Saarburg in Rijnland-Palts, dertig km ten oosten van Luxemburg, zijn gieterij had. Klokken van hem zijn bekend uit de periode 1766-1799. Anderzijds was er een gieter Johann Christian Stock die te Weimar zijn werkplaats had.
bronnen:
Karl Walter, Glockenkunde (Regensburg & Rom, 1913), p.882-883.
Hans-Georg Eichler, Handbuch der Stück- und Glockengießer auf der Grundlage der im mittleren und östlichen Deutschland überlieferten Glocken (Greifenstein, 2003), p.257.

Aelt de Stomme
Zie Peter Albertsz. Vriese en Aelt Boister.

Jan van Straelen
Zoon van Jacob van Venlo de Oudere. Hij werkte samen met Jan van Venlo de Jongere en Gerard van Venlo. Klokken waarop zijn naam met een van hen voorkomt, dateren tussen 1493-1514.
bron:
Zie Jan van Venlo de Oudere.

Jan van Sueten
Een vermoedelijk laat 14de-eeuwse klok van Jan van Sueten hangt te Lage Zwaluwe.

Joris Sulris
Joris Sulris werd te Tongeren geboren. Hij werkte tussen 1517-1529 in Limburg.

Johan Swijs
Johan Swijs was klokkengieter te Wesel in Rijnland-Westfalen aan de Rijn. Klokken van hem kennen wij uit de periode 1703-1726. Een geïsoleerde klok uit 1688 lijkt vragelijk. In Nederland zijn vier klokken van hem bekend.
bron:
Karl Walter, Glockenkunde (Regensburg & Rom, 1913), p.884.

Symon
Zie Simon