beiaarden.nl--andrelehr.nl

Over carillons, gieterijen, musea,campanologie, enz.

-->

H

Albert Hachman
Albert Hachman, klokken- en geschutgieter te Kleef, goot voor zover bekend, zijn eerste klok in 1520. Zijn laatste klok dateert hij 1559. Het gaat daarbij om een vijftiental klokken. Ook in Nederland heeft hij vanuit Kleef geleverd en wel een vijftal in de periode 1526-1559. Als geschutgieter vernemen pas in 1527 iets over hem. Hij werkte niet alleen voor Kleef maar ook voor Nijmegen. Albert Hachman is tevens bekend door de vijzels die hij gegoten heeft. Hij lijkt omstreeks 1560 gestorven te zijn omdat de oudst bekende klok van zijn zoon en opvolger Willem uit 1562 dateert.
bronnIen:
A.Dorgelo, Die Klever Glcokengießer Hachman und ihr Werk. In: Niederrheinisches Jahrbuch (Krefeld, 1965), p.158-166.
G. de Werd, Aelbert en Willem Hachman, Gieters te Kleef. In: Antiek, jg.22, 1988, p.474-481.

Willem Hachman
Willem Hachman was de zoon van Albert. Hij was gedurende de jaren 1562-1587 te Kleef werkzaam. Waarschijnlijk is hij in 1591 gestorven. In Nederland kennen wij hem van slechts één klok uit 1565. Meer nog dan zijn vader stond hij bekend om de talloze vijzels die hij gegoten heeft.
bronnIen:
A.Dorgelo, Die Klever Glcokengießer Hachman und ihr Werk. In: Niederrheinisches Jahrbuch (Krefeld, 1965), p.158-166.
G. de Werd, Aelbert en Willem Hachman, Gieters te Kleef. In: Antiek, jg.22, 1988, p.474-481.

Joris van Haer
Van hem is in Noord-Brabant een klok bekend uit 1393.

Johan van Haerlen
Te Zutphen was ooit een klok uit 1365 die de klokkengieter Johan van Haerlen gegoten had.
bron:
M.A. Brandts Buys, Lijst van Nederlandsche Klokkengieters met enkele bizonderheden (’s-Hertogenbosch, 1925).

Frans Haetiser
Van deze klokkengieter is in Friesland een klok bekend uit 1546. Hij was vermoedelijk een neef van Segewinus Haityseren? Eerder, in 1538, had hij samen met Hendrik Potgheter een klok voor het Groningse Losdorp gegoten.

Segewinus Haitysern

Segewinus Haitysern te Zutphen is een van de bekendste leerlingen van Geert van Wou. Zijn werk toont ook grote gelijkenis met dat van zijn meester. Toch heeft hij niet veel klokken gegoten. Ze dateren tussen 1512 en 1537. Zijn brood zal hij ongetwijfeld met geschutgieten verdiend hebben. In 1508 werd hij namelijk tot geschuchtgieter van hertog Karel van Gelre benoemd. In 1522 bekleedde hij nog steeds die functie. Haitysern zal tussen 1540 en 1547 gestorven zijn.
bronnen:
C.N.Fehrmann, De Kamper klokgieters. Hun naaste verwanten en leerlingen (Kampen, 1967), p.126-129.
D.A. Wittop Koning, Nederlandse vijzels (Weert, 1989), p.92.

Gregorius van Hall

Van deze gieter weten wij slechts dat hij tussen 1601 en 1611 te Leeuwarden werkte onder de naam Georgius Gregorii, Hallensis Saxoniae. Hij was dus kennelijk een Duitser en afkomstig van Halle in Saksen. In 1604 goot hij geschut voor de Staten van Friesland.
bron:
Leeuwarden 1435-1935 (Leeuwarden, 1935), p.61.

Jan van Harelbeke
Zie Jan de Leenknecht alias van Harelbeke.

P. van Hasselt
Zie Steven Seest en P. van Hasselt.

Leonardus Haverkamp
Klokken- en geschutgieter te Hoorn van 1779 tot 1807. Hij was de opvolger van Jan Frederik Bagge. Van Haverkamp zijn een vijftiental klokken bekend uit de periode 1783-1790, voornamelijk in Friesland en Noord-Holland.

Melchior de Haze
De Antwerpse klokkengieter Melchior de Haze werd in 1632 te Antwerpen geboren en stierf aldaar in 1697. Ofschoon het absolute bewijs ontbreekt, is het vrijwel zeker dat hij een leerling der Hemony’s was. Zijn oudst bekende klok dateert uit 1659. De Haze verwierf grote bekendheid door enkele spectaculaire beiaarden, onder andere voor het Escorial (1674) nabij Madrid en de Halletoren te Brugge (1676). Beide zijn inmiddels verdwenen. Ook goot hij de nog altijd bestaande beiaarden voor Alkmaar, Gorinchem, Salzburg enz. Met het carillon uit 1686 voor Den Haag zou hij grote problemen ondervinden. Hoewel zijn beiaarden uitstekend gestemd zijn, kleven er toch bezwaren aan. Meerdere klokken missen de sonoriteit van Hemony-klokken. Oorzaak is zeker niet onjuist klokkenbrons, doch wel een falende giettechniek waardoor bijvoorbeeld het brons met koperoxiden verontreinigd wordt. In Den Haag bracht hem dit in grote moeilijkheden. Een jarenlang slepend proces was er het gevolg van, overigens zonder een bevredigende afloop voor De Haze. Na zijn dood werd een in 1689 gegoten beiaard nog aan Brussel verkocht. Deze is reeds lang weer verdwenen. De Haze is verder nog bekend door de Zegeklok uit 1680 in de Brugse Halletoren. Deze luidt elk jaar tijdens de H.Bloedprocessie. De Haze heeft geen geschut gegoten. Hij was echter contrewaerdyn van syne Mayesteyts Munte, controlerend muntmeester derhalve. Zijn opvolger in Antwerpen werd Willem Witlockx van wie wij overigens in relatie met klokken pas in 1705 voor het eerst iets horen.
bron:
André Lehr, Van paardebel tot speelklok. De geschiedcnis van de klokgietkunst in de Lage Landen (Zaltbommel, 1971, 2de druk 1981), p.202-204 en 217-225.

Jan Hellinckx
Van Jan Hellinckx weten wij slechts dat op 26 juni 1609 met Augnees, zijn echtgenote, een afrekening plaats vond van een door hem gegoten klok van 2700 pond voor Someren. Is hij dezelfde als de Duitse gieter Johannes Helling?
bronnen:
GA Someren, Liber privilegiorum pagi de Someren, p.263-265.
Karl Walter, Glockenkunde (Regensburg & Rom, 1913), p.765.

Willem van Helmont, alias van Vechel
Willem van Helmont behoorde tot het Bossche klokkengieterscentrum. Hij wordt namelijk in 1369 genoemd in een Bossche schepenprotocol, tezamen met zijn zonen Willem en Jacob van Vechel (zie aldaar). Willem van Helmont is gestorven tussen 1383 en 1385. Twee klokken zijn van hem bekend.
bron:
C.N.Fehrmann, De Kamper klokgieters. Hun naaste verwanten en leerlingen (Kampen, 1967), p.32.

Jan Her Hembach
In Noord-Brabant is een klok van hem bekend. Deze dateert uit 1618.

François en Pieter Hemony
De gebroeders François en Pieter Hemony zijn de belangrijkste beiaardgieters die Nederland en België gekend hebben. François werd omstreeks 1609 te Levécourt in Lotharingen geboren, zijn broer Pieter eveneens aldaar in 1619. De oudere generatie van de familie Hemony behoorde tot die grote groep Lotharingse klokkengieters die door geheel Europa trokken om klokken te gieten. De vader van François en Pieter en diens broer, Blaise en Peter dan wel in omgekeerde volgorde, treffen wij vooral in Duitsland aan. Aldaar giet François in 1636 ook zijn eerste klok tezamen met Josephus Michelin die later waarschijnlijk zijn zwager werd. François was namelijk getrouwd met Maria Michelin. Pieter Hemony is nooit gehuwd geweest.
In 1641 goten de gebroeders voor Goor hun eerste klokken in Nederland. Hun eigenlijke carrière begon in 1642 toen zij van de stad Zutphen de opdracht tot het vervaardigen van een beiaard kregen. In datzelfde jaar zullen zij zich ook in deze stad gevestigd hebben. De Hemony’s waren echter niet bekend met het gieten van beiaarden. Maar dankzij de steun van de stadsbeiaardier van Utrecht, jonkheer Jacob van Eijck die samen met hen intensief onderzoek deed, was hun eerste beiaard een groot succes. In Zutphen volgden nog dertien beiaarden meer.
In 1655 werd François Hemony door de stad Amsterdam om zich aldaar onder gunstige voorwaarden als klokken- en geschutgieter te vestigen. In 1657 verhuisde het gezien naar die stad, terwijl Pieter naar de Zuidelijke Nederlanden trok en met name naar Gent. Te Amsterdam goot François twintig beiaarden waaronder ook meerdere voor het buitenland. In die tijd horen wij ook over de eerste leerlingen, zoals Claude (1646-1699) en Mammes (ca.651-1684) Fremy, zonen van een neef der Hemony’s. Maar zij bleken niet in staat de roem der Hemony’s te continueren. Heel wat meer succesvol was Claes Noorden. De zoon van François Hemony, eveneens François geheten, heeft zich nooit met het gieten van klokken bezig gehouden.
Tijdens de Amsterdamse periode werden ook beelden gegoten, onder andere die van de beeldhouwer Artus Quellinus. Voorts werd er geschut gegoten. In 1664 voegde Pieter zich werd bij zijn broer, mogelijk door ziekte van François en de vele orders. Samen goten zij nog drie beiaarden. François stierf in 1667, na een rijk en ook beroemd leven. François stond dan ook in hoog aanzien. Zijn broer Pieter werd zijn opvolger. 
Tijdens zijn verblijf in Gent is Pieter vooral bekend geworden door de grote beiaard die hij in 1659-1660 goot voor het Belfort van Gent. Ook goot hij drie kleinere spellen die echter niet meer bestaan. Teruggekeerd bij zijn broer in 1664 zou Pieter tot zijn dood in 1680 nog tien beiaarden gieten waarmee de totale productie aan beiaarden door de Hemony’s op 51 kwam. Een aantal is inmiddels door brand en oorlogsgeweld verdwenen. De overige zijn in de negentiende eeuw en tot de jaren zestig van de twintigste eeuw door de uitstoot van zwaveldioxide uit kolenkachels ernstig aangetast. Onder andere raakten ze ontstemd hetgeen tot soms ingrijpende restauraties heeft geleid.
De betekenis van de klokkengieters François en Pieter Hemony is voor de klokkengietkunst en met name voor de beiaardkunst niet te onderschatten. Zij wisten het klokkenspel uit zijn primitieve staat van de zestiende eeuw glansrijk te bevrijden en te transformeren tot een volwaardig muziekinstrument, tot op de dag van vandaag.
bron:
André Lehr, De klokkengieters François en Pieter Hemony (Asten, 1959).

Gerrit Hendrik van Hengel
Van Hengel was metaalgieter en metaalhandelaar. Voor zover bekend goot hij slechts één klok en wel in 1834. Hij werd in 1759 te Dinxperlo geboren en stierf in 1839 te Rotterdam. Een klok van C. van Hengel en Zoon uit 1831 in Zeeland lijkt moeilijk te plaatsen, tenzij C een verkeerde lezing van G is.
bron:
Kanonnen, Klokken en Kandelaars. Koper en brons uit Rotterdam. Catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling in het Schielandshuis te Rotterdam 26 maart – 27 juni 1999, p.107.

Henricus
In 1330 woonde te Keulen Henricus fusor campanarum, klokkengieter Henricus derhalve. Van hem zijn enkele klokken bekend, zoals in het Limburgse Echt. Mogelijk is hij identiek aan Heinricis, zoon van de klokkengieter Thidericus.
bronnen:
Karl Walter, Glockenkunde (Regensburg & Rom, 1913), p.767.
Rauchheld & F. Ritter, Glockenkunde Ostfrieslands (Emden, 1929).
Hans-Georg Eichler, Handbuch der Stück- und Glockengießer auf der Grundlage der im mittleren und östlichen Deutschland überlieferten Glocken (Greifenstein, 2003), p.119 en 125.

Henrik
Deze klokkengieter kennen wij van een klok uit 1466 te Feerwerd in Groningen. Op grond van versieringen lijkt een relatie met de gieters Herman en Henrick Kokenbacker niet onwaarschijnlijk.

Johannes de Hentem
Wij kennen hem van een klok uit 1440 in Limburg. Waarschijnlijk woonde hij te Hüthem nabij Emmerik. Zijn naam wordt ook wel gespeld als de Hintem en van Huitem. Klokken van hen vindt men tussen 1428-1440.
bron:
Karl Walter, Glockenkunde (Regensburg & Rom, 1913), p.776 en 785.

Herman
In de noordelijke provincies goot hij klokken tussen 1478 en 1494. Waarschijnlijk is hij dezelfde als Herman to der Gans die vooral in Oost-Friesland actief was. Van die gieter zijn klokken bekend tussen 1471 en 1494.

Hermannus
Van de gieter Hermannus zijn in Friesland klokken bekend tussen 1395 en 1410. In de veertiende eeuw worden meer klokkengieters met de naam Hermannus gesignaleerd, vooral in Oost-Friesland. De Nederlandse Hermannus lijkt daar echter niets mee van doen te hebben.
bronnen:
A. Rauchheld & F. Ritter, Glockenkunde Ostfrieslands (Emden, 1929), p.72-83.
Hans-Georg Eichler, Handbuch der Stück- und Glockengießer auf der Grundlage der im mittleren und östlichen Deutschland überlieferten Glocken (Greifenstein, 2003), p.126.

Leonard Hervé
Hij is bekend van twee klokken uit 1661 in de provincies Utrecht en Zeeland. Op die klokken noemt hij zichzelf zowel beeldhouwer als klokkengieter. Beide klokken waren oorlogsbuit van Cornelis Tromp, in 1674 geroofd van het eiland Noirmoûtier aan de monding van de Loire. Hervé was dan ook een Fransman van wie in zijn land meerdere klokken te vinden zijn.
bron:
André Lehr, Van paardebel tot speelklok. De geschiedenis van de klokgietkunst in de Lage Landen (Zaltbommel, 1971, 2de druk 1981), p.335-336.

Gerhardus Theodorus van Heuvel
Op de van Gerhardus Theodorus van Heuvel (1810-1886) bekende klokken uit 1840 en 1843 laat hij weten klokkengieter te Dinxperlo te zijn. De klokken waren voor plaatsen in Overijssel en Gelderland.
bron:
A.E. Rientjes, Oude klokken in Salland. In: Verslagen en Mededeelingen van de Vereeniging tot Beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis, 50ste stuk, 1934, p.102-120.

Claes van Heydendael
Hij goot omstreeks 1435 meerdere klokken voor Arnhem.
bron:
H.Portheni, De oudste St. Martinuskerk te Arnhem. In: Gelre, jg.4, p.83.

Roelof Henrijkcs
Zie Gerrit Schimmel.

J.T. van Hoei
Klok in Limburg uit 1720.

A.Hoenig
Bekend van een klokje uit 1862 in Limburg.

Lambert Hoernken
Lysbeth van Hyntham, zuster van de Bossche klokkengieters Jan en Godefridus van Hyntham, huwde met de klokkengieter Lambert Hoernken. Van hem zijn geen klokken bekend. Mogelijk was hij daarom in dienst van de van Hynthams. Wellicht stierf hij omstreeks 1450.
bron:
C.N.Fehrmann, De Kamper klokgieters. Hun naaste verwanten en leerlingen (Kampen, 1967), p.35-36.

Jan en Willem Hoernken
De gebroeders en compagnons Jan en Willem Hoernken te Den Bosch waren zonen van Lambert Hoernken en Lysbeth van Hynthem. Jan Hoernken wordt het eerst in een Bossche schepenprotocol uit 1444 vermeld. Uit dat jaar dateert ook zijn oudst bekende klok (Keulen). In de periode daarna, van circa 1445 tot circa 1455, noemde hij zich Jan Hoernken van Vechel, daarbij kennelijk verwijzend naar de afkomst van zijn moeder. Maar ook woonde hij te Veghel, een dorp dat hij in 1461 voor ’s-Hertogenbosch omruilde. Al enkele jaren eerder werkte hij samen met zijn broer Willem en liet hij de toevoeging Van Vechel voortaan weg. Hoogtepunt was ongetwijfeld de gieting van de uurklok, tevens basis van de beiaard op de Kathedraal van Antwerpen. Dit compagnonschap eindigde eind jaren zestig. Kort daarna, in 1471, stierf Jan. De twee daarna komende bleef Willem doorwerken. In 1474 stierf hij. De gebroeders hadden geen opvolgers. Luitgart, de weduwe van Willem, wilde de gieterij echter voortzetten samen met de jonge klokkengieter Geert van Wou. Maar dat had geen blijvend succes, reden waarom de gieterij tenslotte gesloten werd. Opgemerkt moet nog worden dat Willem Hoernken na de dood van zijn broer soms samenwerkte met een zekere Gobelinus Moer die van Keulen afkomstig was en zich in of kort voor 1452 in ’s-Hertogenbosch had gevestigd. Onder andere goten zij in 1471 de banklok van Douai in Frankrijk.
bronnen:
Prosper Verheyden, Over de klokgieters Jan en Willem Hoerken (lezing te Antwerpen op 6 oktober 1913).
C.N.Fehrmann, De Kamper klokgieters. Hun naaste verwanten en leerlingen (Kampen, 1967), p.35-36.
Jörg Poettgen, Johann Hoernken. Ein Niederländer in Köln. Zur Wechselbeziehung rheinischer und Brabanter Glockengießer im Mittelalter. In: Annalen des historischen Vereins für den Niederrhein, Heft 190, 1987, p.85-122.

Henrick ter Horst
Henrick ter Horst kan waarschijnlijk als een leerling van Henrick Wegewaert de Jongere beschouwd worden. Wanneer hij zich in Deventer vanuit Borculo vestigde is niet bekend. Bij het vertrek in 1621 van Henrick Wegewaert de Jongere uit Deventer naar Enkhuizen verkocht de laatste zijn huis, gieterij en alle gereedschappen aan Henrick ter Horst. Klokken van Ter Horst zijn bekend gedurende de periode van 1628-1658 en vervolgens nog een klok in 1679. Had dit te maken met het feit dat Gerrit Schimmel, zijn opvolger, zich rond 1660 in Deventer had gevestigd? 
Nog altijd geniet Ter Horst grote bekendheid door de vele vijzels die hij gegoten heeft. Maar hij is ook geschutgieter geweest. Ofschoon Ter Horst meerdere kinderen heeft gehad, schijnen die allen vroeg gestorven te zijn. In elk geval werd hij door iemand buiten de familie opgevolgd, en met name door de eerder genoemde Gerrit Schimmel. Henrick ter Horst stierf in 1680.
bron:
M.M. Doornink-Hoogenraad, Deventer klokgieters en hun gieterij. In: Verslagen en Mededeelingen van de Vereeniging tot Beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis, 57ste stuk, 2de reeks, 33ste stuk, 1941, p.77-127.

Johannes Jacobus Huaert
Hij was de belangrijkste klokkengieter van het geslacht Huaert. Hij woonde en werkte te Antwerpen alwaar hij in 1828 stierf. Klokken in zuidelijk Nederland zijn van hem bekend uit de jaren 1785-1794. Zijn laatste klokken dateren uit 1806.
bron:
Ferdinand Donnet, Variétés Campanaires. In: Académie Royale d’Archéologie de Belgique, 1904, tome 66, p.585-586.

J.P. en H. Huaert
Antwerpse klokkengieters van wie in Noord-Brabant klokken uit 1794 te vinden zijn. Ongetwijfeld waren ze familie van Johannes Jacobus Huaert.

Claudius Humbloet
Van deze gieter is weinig bekend. Er is een uit 1661 daterende klok van hem. In 1667 nam hij samen met de Antwerpenaar Johannes Lefèvre of le Fever het vergieten aan van een negenduizend pond zware klok voor Breda.

Casparus Hundt
Hij goot in 1765 een klok voor Winterswijk. Hij was klokkengieter te Bocholt, 25 km oostelijk van Emmerik. Meer weten wij niet van hem.

Jan van Hyntham
Deze klokkengieter uit het Bossche centrum was een broer van Godefridus van Hynthem en de kleinzoon van Willem van Vechel de Jongere. Dochter Lijsbeth was namelijk getrouwd met een zekere Wouter van Hyntham die waarschijnlijk geen klokkengieter was. Jan van Hyntham stierf omstreeks 1450. Meerdere klokken zijn van hem bekend. Moeten wij in hem dezelfde zien als Johannes de Hentem?
bron:
C.N.Fehrmann, De Kamper klokkengieters. Hun naaste verwanten en leerlingen (Kampen, 1967), p.35.

Godefridus van Hyntham
Deze klokkengieter uit het Bossche centrum was een broer van Jan van Hynthem en de kleinzoon van Willem van Vechel de Jongere. Dochter Lijsbeth was namelijk getrouwd met een zekere Wouter van Hyntham die overigens geen klokkengieter was. Jan van Hyntham stierf omstreeks 1450. Meerdere klokken zijn van hem bekend.
bron:
C.N.Fehrmann, De Kamper klokkengieters. Hun naaste verwanten en leerlingen (Kampen, 1967), p.35.