beiaarden.nl--andrelehr.nl

Over carillons, gieterijen, musea,campanologie, enz.

-->

G

Herman to der Gans
Zie Herman.

Jean Baptiste Nicolas en François Alexandre Gaulard
De gebroeders Jean Baptiste Nicolas (1774-1849) en François Alexandre (1791-1863) werden beiden geboren te Romain sur Meuse in Lotharingen. Zoals vrijwel alle gieters uit die omgeving kwamen zij uit een grote klokkengietersfamilie. Klokken van hen vindt men in België, Nederlands Limburg en grote delen van het aansluitende Duitsland. Soms werkten zij individueel doch meestentijds samen waarbij zij hun broer Augustin (1784-1866) met diens zoon Charles (1809-1890) concurrentie aandeden. Want ook zij werkten in die omgeving. Verder Jean Baptiste Nicolas in 1811 samen met Clément Drouot en François Alexandre in 1841 met I.C. Thirion. 
De gebroeders hadden in de periode 1818-1834 te Tongeren een klokkengieterij. In Limburg vindt men van hen talloze klokken uit de periode 1822-1841. Na de dood van Jean Baptiste Nicolas in 1849 te Zurlauben bij Trier ging François Alexandre zelfstandig door. Hij stierf in 1863 te Romain sur Meuse.
bronnen:
Joe Labonde, Glocken im Rheinland aus der Glockengießerfamilie Gaulard. In: Annalen des historischen Vereins für den Niederrhein, Heft 204, 2001, p.173-182.
Henry Ronot, Dictionnaire des fondeurs de cloches du Bassigny (Dijon, 2001), p.210.

Augustin en Charles Gaulard
Augustin Gaulard, broer van Jean Baptiste Nicolas en François Alexandre werd in 1784 te Romain sur Meuse in Lotharingen geboren. Zij behoorden tot een grote klokkengietersfamilie. Aanvankelijk was Augustin ciseleur. Pas op latere leeftijd begon hij met het gieten van klokken. Zijn zoon Charles met wie hij samenwerkte, werd in 1809 te Nogent geboren, eveneens in Lotharingen. Vader en zoon deden de twee genoemde broers in Lotharingen, België, Nederlands Limburg en Duitsland concurrentie aan. Ze waren lange tijd nog de rondreizende klokkengieters zoals hun voorvaderen dat waren. Maar omstreeks 1850 stichtte Charles een gieterij te Malmedy die tot 1867 bleef bestaan. Voordien had hij al gieterijen gehad te Luik en Aken. Het duo heeft in Limburg in de periode 1838-1848 meerdere klokken geleverd waarbij in een enkel geval een niet met name genoemde zoon betrokken was. In de winter echter had Charles te Audeloncourt een slijterij. Aldaar ook stierf Augustin in 1866 evenals Charles in 1890.
bronnen:
Joe Labonde, Glocken im Rheinland aus der Glockengießerfamilie Gaulard. In: Annalen des historischen Vereins für den Niederrhein, Heft 204, 2001, p.173-182.
Henry Ronot, Dictionnaire des fondeurs de cloches du Bassigny (Dijon, 2001), p.54 en 210.

Willem Geltendach
Hij goot in 1420 een klok voor Eck in de Betuwe.
bron:
H.J.Westerling, Oude klokken. In: Tijdschrift voor Geschiedenis enz., jg.31, 1916, p.325.

J. George
Hij goot in 1829 een klok voor Roermond. Hij was afkomstig van Luik.

Georgius
Te Schoonhoven hangt een klok die in 1416 door Georgius gegoten is. Van hem is verder niets bekend.

Gert
Een verder onbekende meester Gert goot in 1477 een klok in Friesland.

Willem van den Ghein
Hij werd te Goirle omstreeks 1450 geboren en vestigde zich als klokkengieter in 1506 te Mechelen. Bij die gelegenheid verwierf hij het burgerschap. Hij stierf vóór 1533. Van hem zijn weinig klokken bekend. Hij werd de stamvader van een lange reeks klokkengieters onder de naam Van den Ghein, Van den Gheyn en via vrouwelijke lijnen Van Aerschodt en Sergeys. Die ononderbroken lijn eindigde toen Klokkengieterij Sergeys te Leuven in 1980 haar poorten moest sluiten. Twee zonen van Willem van den Ghein werden ook klokkengieter, te weten Peter I en Jan I.
bronnen:
G. van Doorslaer, Les Van den Ghein fondeur de cloches, canons, sonnettes et mortiers à Malines. In: Annales de l’Académie Royale d’Archéologie de Belgique, tome 62, 1910, p.463-671.
Marc & Karine van Bets-Decoster, De Mechelse klokkengieters (Mechelen, 1998).
Stad met Klank. Vijf eeuwen klokken en klokkengieters te Leuven. Tentoonstelling 16 juni – 3 september 1990, p.43.

Peter I van den Ghein
Deze klokkengieter was een zoon van Willem van den Ghein. Het werd omstreeks 1500 te Mechelen geboren en stierf aldaar in 1561. In 1528 blijkt hij als zelfstandig gieter werkzaam te zijn. Door zijn vakmanschap stond hij in hoog aanzien bij zijn collega’s. Financieel was hij niet onbemiddeld. Zijn zonen Peter II en Jan II zouden ook klokkengieter worden.
Hij was een productief gieter. Naast vele luidklokken, vijzels en tafelbellen heeft hij ook enkele voorslagen gegoten, zoals in Vlaanderen voor Oudenburg, Diest, Walem (in hoofdzaak 1554, thans voor een deel te Arnemuiden) en daarnaast zelfs voor het Duitse Wehren (21 km zw van Kassel). In Nederland was hij vooral bekend door de beiaard van Edam, die in het jaar van zijn dood 1561 tot stand kwam. Ook goot hij een spel voor Zierikzee. Zijn voorslagen, evenals die van de andere Van den Gheins en van de gieters Waghevens, kenmerkten zich door hun bijzonder slechte stemming. Pas de gebroeders Hemony zouden daar in 1642 definitief verandering in brengen.
bronnen:
G. van Doorslaer, Les Van den Ghein fondeur de cloches, canons, sonnettes et mortiers à Malines. In: Annales de l’Académie Royale d’Archéologie de Belgique, tome 62, 1910, p.463-671.
Marc & Karine van Bets-Decoster, De Mechelse klokkengieters (Mechelen, 1998).
Stad met Klank. Vijf eeuwen klokken en klokkengieters te Leuven. Tentoonstelling 16 juni – 3 september 1990, p.43.

Jan I van den Ghein
Deze Mechelse klokkengieter, zoon van Willem van den Ghein, was klokkengieter in 1534. Omstreeks 1543 zal hij jong gestorven zijn. Hij liet vele schulden na. Zijn carrière heeft dus niet lang geduurd. Van hem zijn dan ook nog slechts enkele klokken bekend evenals enkele tafelbellen waar de Van den Gheins zo bekend om staan. Soms werkte hij samen met een zekere Aerdt of Arnold Ericx. Zijn zoon Anton was ook klokkengieter, doch van hem zijn geen klokken bekend.
bronnen:
G. van Doorslaer, Les Van den Ghein fondeur de cloches, canons, sonnettes et mortiers à Malines. In: Annales de l’Académie Royale d’Archéologie de Belgique, tome 62, 1910, p.463-671.
Marc & Karine van Bets-Decoster, De Mechelse klokkengieters (Mechelen, 1998).
Stad met Klank. Vijf eeuwen klokken en klokkengieters te Leuven. Tentoonstelling 16 juni – 3 september 1990, p.43.

Peter II van den Ghein
Peter II van den Ghein was de zoon van Peter I. Hij was te Mechelen werkzaam in de periode 1561-1593. Hij stierf aldaar in 1598. Het is niet altijd even gemakkelijk aan te geven wanneer hij als klokkengieter begonnen is. Gewoonlijk neemt men aan na de dood van zijn vader Peter I in 1561. Peter II was, mede door zijn vele huizentransacties, in goede doen. Maar ook zal daarin een rol hebben gespeeld dat hij niet alleen klokken goot, maar ook talrijke bronzen vijzels, tafelbellen enz. Peter II blijkt tot aan zijn dood in 1598 actief te zijn geweest, hetgeen een niet geringe tijdspanne is. Of waren de laatste klokken van de hand van zijn zoon Peter III? Ook twee andere zonen Hendrik en Jan III werden klokkengieter. In tegenstelling met zijn vader heeft Peter II nauwelijks voorslagen gemaakt. Wel heeft hij er meerdere uitgebreid. Als klokkengieter lagen zijn voornaamste activiteiten dan ook op het terrein van luidklokken.
bronnen:
G. van Doorslaer, Les Van den Ghein fondeur de cloches, canons, sonnettes et mortiers à Malines. In: Annales de l’Académie Royale d’Archéologie de Belgique, tome 62, 1910, p.463-671.
Marc & Karine van Bets-Decoster, De Mechelse klokkengieters (Mechelen, 1998).
Stad met Klank. Vijf eeuwen klokken en klokkengieters te Leuven. Tentoonstelling 16 juni – 3 september 1990, p.44.

Jan II van den Ghein
Jan II was de zoon van de Mechelse klokkengieter Peter I van den Ghein. Hij was in elk geval in 1546 klokkengieter. Hij stierf te Mechelen in 1573. Zijn zoon Jan werd geen klokkengieter. Jan II heeft weinig klokken nagelaten. Ook hield hij zich met ander gietwerk bezig, zoals geschut.
bronnen:
G. van Doorslaer, Les Van den Ghein fondeur de cloches, canons, sonnettes et mortiers à Malines. In: Annales de l’Académie Royale d’Archéologie de Belgique, tome 62, 1910, p.463-671.
Marc & Karine van Bets-Decoster, De Mechelse klokkengieters (Mechelen, 1998).
Stad met Klank. Vijf eeuwen klokken en klokkengieters te Leuven. Tentoonstelling 16 juni – 3 september 1990, p.44.

Hendrick van den Ghein
Hendrick van den Ghein werd omstreeks 1560 geboren te Mechelen als zoon van Peter II. Tijdens zijn leven verkeerde hij nog al eens in geldnood. Van hem zijn slechts vier klokken bekend uit de periode 1587-1599. In tegenstelling met de voorafgaande klokken signeerde hij in 1599 met Van den Gheyn. Hendrick van den Ghein stierf in 1602.
bronnen:
G. van Doorslaer, Les Van den Ghein fondeur de cloches, canons, sonnettes et mortiers à Malines. In: Annales de l’Académie Royale d’Archéologie de Belgique, tome 62, 1910, p.463-671.
Marc & Karine van Bets-Decoster, De Mechelse klokkengieters (Mechelen, 1998).
Stad met Klank. Vijf eeuwen klokken en klokkengieters te Leuven. Tentoonstelling 16 juni – 3 september 1990, p.44.

Peter III van den Ghein
Peter III is de zoon van Peter II. Hij werd te Mechelen geboren in 1553 en stierf aldaar in 1618. Aanvankelijk werkte hij in de gieterij van zijn vader. Eenmaal zelfstandig gingen de zaken zo goed dat hij zijn werkhuizen moest uitbreiden. In de jaren sinds 1602 nam hij regelmatig een vooraanstaande positie in het gilde waartoe ook de klokkengieters behoorden. Na zijn overlijden in 1618 was er geen opvolger, reden waarom de oude gieterij van de Van den Gheins, genaamd De Gulden Leeuw, verkocht werd. Het aantal klokken van Peter III is niet bijzonder groot. Hij kreeg onder andere bekendheid door het klokkenspel voor Monnickendam in 1595. Ook dit spel toont duidelijk aan dat de 16de eeuwse klokkengieters niet in staat waren een zuiver klinkend klokkenspel te maken.
bronnen:
G. van Doorslaer, Les Van den Ghein fondeur de cloches, canons, sonnettes et mortiers à Malines. In: Annales de l’Académie Royale d’Archéologie de Belgique, tome 62, 1910, p.463-671.
Marc & Karine van Bets-Decoster, De Mechelse klokkengieters (Mechelen, 1998).
Stad met Klank. Vijf eeuwen klokken en klokkengieters te Leuven. Tentoonstelling 16 juni – 3 september 1990, p.44.

Jan III van den Ghein
Jan III was de jongste van de drie zonen van Peter II die het gieten van klokken tot zijn vak maakte. In elk geval was hij in 1588 klokkengieter te Mechelen. Hij stierf aldaar in 1626. Op het einde van zijn leven ging het hem economisch zeer slecht af. Regelmatig waren er grote financiële problemen. Toch heeft hij een redelijk aantal klokken gemaakt. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Peter IV.
bronnen:
G. van Doorslaer, Les Van den Ghein fondeur de cloches, canons, sonnettes et mortiers à Malines. In: Annales de l’Académie Royale d’Archéologie de Belgique, tome 62, 1910, p.463-671.
Marc & Karine van Bets-Decoster, De Mechelse klokkengieters (Mechelen, 1998).
Stad met Klank. Vijf eeuwen klokken en klokkengieters te Leuven. Tentoonstelling 16 juni – 3 september 1990, p.44-45.

Peter IV van den Ghein
Peter IV, zoon van Jan III van den Ghein, werd te Mechelen in 1607 geboren. Hij overleed omstreeks 1654,
Goot vele klokken waaronder de inmiddels hergoten Salvator in 1638 voor de Sint Romboutskerk te Mechelen. Daartoe was hij een tijdelijk compagnonschap aangegaan met de andere Mechelse klokkengieter Peter de Clerck. De klok woog ruim vijftienduizend pond! Dezelfde compagnons goten in hetzelfde jaar een ruim veertienduizend pond zware klok voor de Sint Goedele te Brussel. De achtergrond van deze samenwerking was de volgende. Peter de Clerck was in 1590 in het huwelijk getreden met Johanna van den Ghein, een zuster van Jan III, de vader van Peter IV. Waarschijnlijk heeft de oudere en meer ervaren Peter de Clerck zijn toen nog jonge neef Peter IV willen helpen met het gieten van zulke zware klokken. Overigens was zijn oeuvre uit de jaren 1627 tot zijn dood in 1654 niet bijzonder groot.
bronnen:
G. van Doorslaer, Les Van den Ghein fondeur de cloches, canons, sonnettes et mortiers à Malines. In: Annales de l’Académie Royale d’Archéologie de Belgique, tome 62, 1910, p.463-671.
Marc & Karine van Bets-Decoster, De Mechelse klokkengieters (Mechelen, 1998).
Stad met Klank. Vijf eeuwen klokken en klokkengieters te Leuven. Tentoonstelling 16 juni – 3 september 1990, p.45.

Jan IV van den Ghein
Jan IV, zoon van Peter IV, werd te Mechelen in 1642 geboren. Hij huwde in 1665 met Elisabeth Daneels, weduwe van Jan de Clerck. Hij stierf aldaar in 1697. Hij was de laatste Mechelse klokkengieter van die naam. Zijn broer Andreas, eveneens klokkengieter, was uit Mechelen vertrokken. Deze werd de stamvader van de latere Van den Gheyns. Jan IV heeft een redelijk aantal klokken uit de periode 1665-1697 nagelaten.
bronnen:
G. van Doorslaer, Les Van den Ghein fondeur de cloches, canons, sonnettes et mortiers à Malines. In: Annales de l’Académie Royale d’Archéologie de Belgique, tome 62, 1910, p.463-671.
Marc & Karine van Bets-Decoster, De Mechelse klokkengieters (Mechelen, 1998).
Stad met Klank. Vijf eeuwen klokken en klokkengieters te Leuven. Tentoonstelling 16 juni – 3 september 1990, p.45.

Andreas van den Gheyn
Andreas te Mechelen in 1634 geboren als zoon van Peter IV. Na in 1655 in het huwelijk te zijn getreden vertrok hij uit Mechelen om zich na een kortstondig verblijf in Sint Truiden vóór 1661 te Tienen te vestigen. Aldaar stierf hij in 1683. Zijn zoon Peter V zou het beroep van zijn vader kiezen
bronnen:
Xavier van Elewyck, Matthias van den Gheyn, le plus grand organiste et carillonneur belge du xviiie siècle et les célèbres fondeurs de cloches de ce nom depuis 1450 jusqu’a nos jours (Paris, Bruxelles et Louvain, 1862).
G. van Doorslaer, Les Van den Ghein fondeur de cloches, canons, sonnettes et mortiers à Malines. In: Annales de l’Académie Royale d’Archéologie de Belgique, tome 62, 1910, p.463-671.
Stad met Klank. Vijf eeuwen klokken en klokkengieters te Leuven. Tentoonstelling 16 juni – 3 september 1990, p.45.

Peter V van den Gheyn
Peter V te Tienen was de zoon van Andreas van den Gheyn. Hij stierf na 1717. Hij was een klokkengieter van slechts bescheiden signatuur. Het bedrijf werd voorgezet door zijn zoon Andreas Frans.
bronnen:
Xavier van Elewyck, Matthias van den Gheyn, le plus grand organiste et carillonneur belge du xviiie siècle et les célèbres fondeurs de cloches de ce nom depuis 1450 jusqu’a nos jours (Paris, Bruxelles et Louvain, 1862).
Stad met Klank. Vijf eeuwen klokken en klokkengieters te Leuven. Tentoonstelling 16 juni – 3 september 1990, p.45.

Andreas Frans van den Gheyn
Andreas Frans was de zoon van Peter V. Hij werd te Tienen in 1699 geboren. In verband met de levering van een beiaard voor Leuven vestigde hij zich vanuit Tienen in 1727 te Leuven. Andreas Frans was gehuwd met Elisabeth Peeters, dochter van de klokkengieter Peter Peeters. Hij stierf aldaar in 1730, dus zeer jong nog. Zijn zonen Matthias (*1721) en Andreas Josephus (*1727) waren toen nog erg jong, reden waarom de zaken door een broer van Andreas Frans werden waargenomen, de cellebroeder Peter van den Gheyn.
bronnen:
Xavier van Elewyck, Matthias van den Gheyn, le plus grand organiste et carillonneur belge du xviiie siècle et les célèbres fondeurs de cloches de ce nom depuis 1450 jusqu’a nos jours (Paris, Bruxelles et Louvain, 1862).
Stad met Klank. Vijf eeuwen klokken en klokkengieters te Leuven. Tentoonstelling 16 juni – 3 september 1990, p.45.

Cellebroeder Peter van den Gheyn en zijn neef Matthias, de musicus
Peter werd waarschijnlijk in 1698 te Tienen geboren als zoon van Peter V. Hij werd cellebroeder, een ziekenbroeder behorend tot de orde van de Alexianen. Na de dood van zijn broer Andreas Frans in 1730 nam hij sinds 1732 diens zaken waar, totdat de kinderen oud genoeg zouden zijn. Hij bleek daarin zeer succesvol te zijn want minstens vijf uitstekende beiaarden verlieten zijn gieterij. 
Op het einde van de jaren dertig betrok hij zijn neef Matthias (1721-1785), zoon van Andreas Frans, bij zijn werkzaamheden. Zo ontstond bijvoorbeeld in 1738 de beiaard van Nijmegen. Maar uiteindelijk zou Matthias voor de muziek kiezen. Hij werd een bekend componist, ook voor beiaard. In 1751 droeg Peter de gieterij over aan de toen 24-jarige Andreas Josephus, de jongere broer van Matthias.
bronnen:
Xavier van Elewyck, Matthias van den Gheyn, le plus grand organiste et carillonneur belge du xviiie siècle et les célèbres fondeurs de cloches de ce nom depuis 1450 jusqu’a nos jours (Paris, Bruxelles et Louvain, 1862).
G. van Doorslaer, Les Van den Ghein fondeur de cloches, canons, sonnettes et mortiers à Malines. In: Annales de l’Académie Royale d’Archéologie de Belgique, tome 62, 1910, p.463-671.
Stad met Klank. Vijf eeuwen klokken en klokkengieters te Leuven. Tentoonstelling 16 juni – 3 september 1990, p.45-47.

Andreas Josephus van den Gheyn
Andreas Josephus werd in 1727 te Leuven geboren als zoon van Andreas Frans. Hij stierf aldaar in 1793. Andreas Josephus is veruit de belangrijkste klokkengieter uit het geslacht Van den Ghein/Gheyn. Hij was een beiaardgieter bij uitstek. Hij goot ruim twintig beiaarden die overigens lichter van gewicht waren dan die van de Hemony’s. Anderzijds ging hij met de kleine klokjes van een beiaard veel hoger van toon dan de Hemony’s dat konden. Klankrijk en enigszins nonchalant gestemd zijn het niettemin bekoorlijke spellen. Ze beslaan een periode van 1751 tot 1786. De laatste was de beiaard van Schiedam die mede gesigneerd werd door zijn in 1758 geboren zoon Andreas Lodewijk. Andreas Josephus heeft bovendien falende klokkengieters al of niet tegen hun wil maar op verzoek van de opdrachtgever geholpen, zoals Alexius Petit te Goes (1766) en Nijkerk (1777). Andreas Josephus was tevens organist van de Sint Michielskerk, de parochie waartoe hij behoorde.
bronnen:
André Lehr, Van paardebel tot speelklok. De geschiedenis van de klokgietkunst in de Lage Landen (Zaltbommel, 1971, 2de druk 1981), p247-258.
Stad met Klank. Vijf eeuwen klokken en klokkengieters te Leuven. Tentoonstelling 16 juni – 3 september 1990, p.47-48.

Matthias van den Gheyn, de klokkengieter
Matthias van den Gheyn was de zoon van Andreas Josephus. Hij werd te Leuven in 1753 geboren. Het leek erop dat hij als klokkengieter door het leven zou gaan, doch goot tenslotte alleen in 1774 de beiaard voor Val-Saint-Lambert, die sinds 1804 op de St.Barthelomeus te Luik hangt. Daarna heeft hij kennelijk voor een andere richting gekozen. Het werd daarom zijn jongere broer Andreas Lodewijk die zijn vader zou opvolgen. Matthias overleed in 1807 te Turnhout.
bronnen:
André Lehr, Van paardebel tot speelklok. De geschiedenis van de klokgietkunst in de Lage Landen (Zaltbommel, 1971, 2de druk 1981), p247-258.
Stad met Klank. Vijf eeuwen klokken en klokkengieters te Leuven. Tentoonstelling 16 juni – 3 september 1990, p.48-49.

Andreas Lodewijk van den Gheyn
Andreas Lodewijk werd te Leuven in 1758 als zoon van Andreas Josephus geboren. Hij was de laatste klokkengieter die de naam Van den Gheyn droeg. Hij huwde in 1783 te Nijvel met Maria Rochet, dochter van een orgelbouwer. Vermoedelijk door onenigheid met zijn vader vertrok hij datzelfde jaar naar Nijvel. Nochtans goot hij samen met zijn vader in 1786 een spel voor Schiedam. Maar in 1792 keerde hij terug naar Leuven, een jaar voor de dood van zijn vader.
Zijn dochter Anna Maximiliana (1792-1875) trad in 1813 te Nijvel in het huwelijk met Thomas Guillaume van Aerschodt (1769-1831). De zonen Andreas Lodewijk en Severinus van Aerschodt zouden eveneens het voorvaderlijke beroep weer uitoefenen. Andreas Lodewijk van den Gheyn stierf in 1833 te Leuven.
bronnen:
André Lehr, Van paardebel tot speelklok. De geschiedenis van de klokgietkunst in de Lage Landen (Zaltbommel, 1971, 2de druk 1981), p247-258.
Stad met Klank. Vijf eeuwen klokken en klokkengieters te Leuven. Tentoonstelling 16 juni – 3 september 1990, p.49.

Gillis van de Gilde
Deze verder onbekend klokkengieter goot in 1710 een klok in Zeeland. Zijn gieterij zou in Middelburg zijn geweest.

Gillett & Johnston Clockmakers and Bellfounders
William Gillett, een bescheiden uurwerkmaker, vestigde zich na enige omzwervingen in 1844 te Croydon nabij Londen. In 1877 werd Arthur A. Johnston zijn partner waarmee de naam Gillett & Johnston ontstond. In datzelfde jaar werd ook de klokkengieterij gesticht. Voorslagen en klokken voor het wisselluiden behoorden tot het leveringsprogramma. Na de dood van Arthur in 1916 werd hij opgevolgd door zijn zoon Cyrill F. Johnston. Hij was het die de klokkengieterij tot een beiaardgieterij van wereldfaam wist om te smeden, dankzij een succesvolle studie van het ontwerpen van een goede klok en het stemmen daarvan. Zijn eerste grote beiaard dateert uit 1922. Maar daarna was de stroom van klokkenspellen niet meer te stuiten. Via de Koninklijke Eijsbouts leverde Gillett & Johnston sinds 1925 ook beiaarden aan Nederland. De bekendste daaronder is die uit datzelfde jaar voor de Sint Janskathedraal te ’s-Hertogenbosch. Natuurlijk werden via Eijsbouts ook luidklokken geleverd.
Na de tweede wereldoorlog was het echter gedaan met wereldwijde zaken van grote allure. Dit werd mede veroorzaakt door het feit dat Cyrill Johnston in 1950 zou overlijden. Hij was een jaar voordien noodgedwongen teruggetreden en poogde vervolgens opnieuw een klokkengieterij te stichten, maar de dood haalde hem in. Zijn opvolger bij het oude bedrijf, niet langer een Johnston, kon het tij niet meer keren. In 1955 was het de facto met de klokkengieterij gedaan en keerde het bedrijf weer terug naar zijn oorsprong, uurwerken en alles wat daartoe behoort. De oude gieterij is in 1997 afgebroken.
bronnen:
Diverse catalogi van Gillett & Johnston.
Jill Johnston, Cyril F. Johnston’s “Glory Years”. In: Bulletin of the Guild of Carillonneurs in North America, Vol.50,2001, p.57-65.

Johannes Godefridi
Van deze klokkengieter weten wij alleen maar dat hij in Noord-Holland in 1500 en 1511 klokken heeft geleverd.

Tittie Goossens
Van deze verder onbekende klokkengieter kennen wij klokken over de periode 1705-1716 in Oost-Friesland, Groningen en Drenthe.

Jan Albert de Grave
Jan Albert de Grave was afkomstig van Celle, 35 km noordoostelijk van Hannover. De Grave trad voor het voetlicht toen hij op 10 juli 1699 trouwde met Catharina ten Wege, de weduwe van de Amsterdamse stadsklokken- en geschutgieter Claude Fremy. Hij noemde zich toen geschutgieter en zou zijn beroep in de Palmstraat te Amsterdam hebben uitgeoefend. Nochtans werd hij pas op 17 februari 1700 burger van Amsterdam. Op dat moment dreef de weduwe Ten Wege de Amsterdamse gieterij samen met meesterknecht Claes Noorden, een leerling der Hemony’s. Catharina ten Wege stierf in 1704.
Samen met Claes Noorden met wie hij een compagnonschap aanging, leverde hij beiaarden voor de Abdij te Park (1709), een spel dat later naar Leuven verhuisde, en een voor Middelburg (1714-15). Het lijkt voor de hand te liggen dat in de totstandkoming van beide spellen Noorden als leerling der Hemony’s de belangrijkste rol heeft gespeeld. Nochtans, na diens dood in 1716 zou De Grave nog twee beiaarden maken, namelijk in 1717 voor de Parochialkirche in Berlijn en in 1721 voor de Garnisonskirche te Potsdam, beide in de laatste oorlog verwoest. Of deze dezelfde kwaliteit hadden als die voor Park en Middelburg weten wij niet. 
Toen De Grave op leeftijd kwam, werd in 1731 of eerder Nicolaas Muller diens compagnon. De Grave moet in 1734 of kort daarvoor gestorven zijn, want in dat jaar werd de gieterij aan Ciprianus Crans verhuurd. Daarmee was de laatste klokkengieter in Nederland gestorven die de kunst van het beiaarden makten verstond. Het zou twee eeuwen duren voordat wederom een Nederlandse klokkengieter daartoe in staat was.
N..B. Mevrouw Laura Meilink laat weten dat haar bij onderzoek is gebleken dat het juiste sterfjaar van De Grave 1729 is, (december 2011).
bronnen:
B.Bijtelaar, De Zingende Torens van Amsterdam (Amsterdam, 1947), p.42-43.
André Lehr, Van paardebel tot speelklok. De geschiedenis van de klokgietkunst in de Lage Landen (Zaltbommel, 1971, 2de druk 1981), p.228-229.
D.A. Wittop Koning, Nederlandse Vijzels (Weert, 2de druk 1989), p.41.

Arnoldus de Gravia
Deze gieter die wij ook als Arnt de Graef en Arnt Wiggerszoon ontmoeten, behoorde tot het Bossche klokkengieterscentrum. Hij was getrouwd met Lijsbeth van Vechel, zuster van de klokkengieters Jacob van Helmont en Willem en Jan van Vechel. Van Arnoldus de Gravia kennen wij twee klokken en wel uit 1396 en 1399. Hij stierf in of kort na 1399. 
broIn:
C.N.Fehrmann, De Kamper klokgieters. Hun naaste verwanten en leerlingen (Kampen, 1967), p.35.

Gegorius Gregorii
Zie Gegorius van Hall

Nicolaas Greve
Deze klokkengieter woonde te Middelburg. Tussen 1717 en 1734 is een tiental klokken van hem bekend, voornamelijk in Zeeland. Opgemerkt moet worden dat in Duitsland tussen 1667-1694 een N. Greve werkzaam was. Waren zij familie van elkaar?
bron:
Karl Walter, Glockenkunde (Regensburg & Rom, 1913), p.746.

Henricus Grongart
Henricus behoorde tot de gietersfamilie te Dinant waarvan de oudste berichten teruggaan naar de tweede helft van de zestiende eeuw. Hij vestigde zich echter in Luik. Hij is bekend van klokken en vijzels uit de periode 1620-1635. In Nederland kennen wij hem van een klok uit 1620 in Noord-Brabant.
bronnen:
E.Matthieu, Les fondeurs de cuivre Grongart de Dinant. In: Compte rendu du Congrès d’Archéologie et Histoire (Dinant, 1903).
D.A. Wittop Koning, Nederlandse vijzels (Weert, 1989), p.97.

Johann Gotthelf Grosse
Van hem kennen wij een klok uit 1881 in Noord-Holland. Ofschoon hij klokkengieter en metaalgieters te Dresden was, heeft hij toch een klok in Nederland weten te leveren. De familie Grosse telde meerdere klokkengieters.
bron:
Karl Walter, Glockenkunde (Regensburg & Rom, 1913), p.746-747.