beiaarden.nl--andrelehr.nl

Over carillons, gieterijen, musea,campanologie, enz.

-->

C

Henrick van Campen
De omstreeks 1480 geboren Henrick van Campen zou van Kampen afkomstig zijn. Hij vestigde zich in 1507 te Lübeck. Mede gezien het feit dat zijn klokken duidelijk reminiscenties bezitten met die van Geert van Wou te Kampen, ligt het voor de hand om aan te nemen dat hij een leerling van die klokkengieters was. Te Lübeck was hij in de periode 1507 tot 1518 als klokken- en geschutgieter werkzaam. Het lijkt niet waarschijnlijk dat deze in oorsprong Nederlandse meester in zijn vaderland daadwerkelijk klokken heeft geleverd. Van Campen stierf in 1521.
bronnen:
Karl Walter, Glockenkunde (Regensburg & Rom, 1913), p.773.
Hans-Georg Eichler, Handbuch der Stück- und Glockengießer auf der Grundlage der im mittleren und östlichen Deutschland überlieferten Glocken (Greifenstein, 2003), p.136.

Willem Carper
Zie Gobelinus Moer.

Klokkengieterij Causard
De klokkengieters Causard kwamen oorspronkelijk uit Lotharingen. Aldaar zijn in het begin van de achttiende eeuw Claude en François Causard gesignaleerd. Of het broers waren, is niet bekend.
Het was Jean-Baptiste Causard, geboren in 1802 te Maisoncelles (Haute Marne) die zich na enige omzwervingen te Tellin in Belgisch Limburg als klokkengieter vestigde. Ongehuwd stierf hij aldaar in 1857. De gieterij werd voorgezet door zijn broer Charles (1804-1873). Deze had het vak evenals Jaen-Baptiste geleerd bij zijn oom Joseph Perrin (zie aldaar). In 1834 huwde hij met Lucienne Slegers. Dependances van de gieterij waren er te Colmar in de Elzas en later, sinds 1892, te Straatsburg. Van zijn drie zonen zou Adrien het bedrijf in Tellin voortzetten. Maar hij stierf in 1900 kinderloos. Daarom kwam het bedrijf aan Marie Causard (1866-1947), de dochter van Hippolyte (1836-1894), een andere zoon van Charles Causard. Opgemerkt zij dat de gieterijen te Colmar en Straatsburg in het eerste decennium van de twintigste eeuw werden gesloten.
Marie Causard was gehuwd met Georges Slegers (1873-1941), reden waarom de klokkengieterij de firmanaam Causard-Slegers kreeg. Maar Georges Slegers (1907-1970), de zoon van het echtpaar, veranderde dit in Slegers-Causard. Na de dood van hun vader werd het bedrijf geleid door broer en zus Michel (*1934) en Thérèse Slegers (1935-1985) die er overigens nog slechts kleine klokjes goten. In 1972 werd de klokkengieterij tot een klokkenmuseum getransformeerd.
De Causards waren in de eerste plaats klokkengieters die prachtige sonoor klinkende neogotische klokken maakten. De jongere generaties hielden zich ook met beiaarden bezig, doch zonder veel succes.
bronnen:
Jef Rottiers, Beiaarden in België (Mechelen, 1952), p.77-78.
Karl Walter, Glockenkunde (Regensburg & Rom, 1913), p.707.
Bernard Bonkhoff, Die Glocken des Saarlandes (Saarbrücken, 1997), p.78-79.

Jan Cauthals
De Mechelse klokken- en geschutgieter Jan Cauthals kwam uit een geslacht van vooral geschutgieters en geelgieters. Jan Cauthals was dan ook in de eerste plaats geschutgieter en als zodanig beheerde hij te Mechelen de koninklijke geschutgieterij. Uit de periode 1628-1639 kennen wij twee luidklokken van hem en uit 1637 een beiaard van niet minder dan 32 klokken voor de kathedraal te Antwerpen.
bron:
Marc & Karine van Bets-Decoster, De Mechelse klokkengieters (Mechelen, 1998).

Bartholomeus Cauthals
Hij was de zoon van Jan. Hij werd te Mechelen in 1624 geboren en stierf aldaar in 1686. Zijn bekende klokken omspannen de periode 1641-1686. Het gaat om een beperkt aantal.
bron:
Marc & Karine van Bets-Decoster, De Mechelse klokkengieters (Mechelen, 1998).

François Chaudoir
Van deze klokkengieter uit Luik bevinden zich in Limburg enkele klokken daterend tussen 1763 en 1790. Chaudoir kreeg vooral bekendheid door het klokkenspel dat hij in 1782 voor Tongeren goot. Het is een slecht carillon.

Christianus
Christianus goot in 1285 een klok voor Hekelingen, thans Rijksmuseum Amsterdam. Het is de oudste gesigneerde klok van Nederland. Over deze klokkengieter is verder niets bekend.
bron:
André Lehr, Middeleeuwse klokkengietkunst. In: Klokken en Klokkengieters (Culemborg, 1963), p.13-158.

Christian Claren
Van hem kennen wij in Limburg een klokje uit 1879. In het aangrenzende Duitsland was hij echter actiever. Klokken van hem beslaan de periode 1857-1881. Hij woonde in Sieglar even ten noorden van Bonn.
bron:
Karl Walter, Glockenkunde (Regensburg & Rom, 1913), p.711.

Peter de Clerck
De Mechelse klokkengieter Peter de Clerck, zoon van een metaalgieter, was in 1590 in het huwelijk getreden met Johanna van den Ghein, een zuster van Peter III, Jan III en Hendrick. Vanuit die positie zal hij waarschijnlijk als ervaren gieter in 1638 zijn jongere neef Peter IV, zoon van zijn broer Jan III, geholpen hebben met het vormen en gieten van de meer dan vijftienduizend pond zware Salvator voor de Sint Romboutstoren te Mechelen. De compagnons goten in datzelfde jaar een ruim veertienduizend pond zware klok voor de Sint Goedele te Brussel. In 1626 giet De Clerck een aantal klokken voor Breda. Klokken van Peter de Clerck zijn bekend in de periode 1619 tot in zijn sterfjaar 1642. 
bronnen:
G. van Doorslaer, Les Van den Ghein fondeur de cloches, canons, sonnettes et mortiers à Malines. In: Annales de l’Académie Royale d’Archéologie de Belgique, tome 62, 1910, p.463-671.
Marc & Karine van Bets-Decoster, De Mechelse klokkengieters (Mechelen, 1998).

Jacob de Clerck
De Mechelse klokkengieter Jacob de Clerck, zoon van een metaalgieter en veel jongere broer van Peter, werd in 1604 geboren. Hij stierf in 1665. Het aantal door hem gegoten klokken in de periode 1626 tot 1662 is gering
bron:
Marc & Karine van Bets-Decoster, De Mechelse klokkengieters (Mechelen, 1998).

Jan de Clerck
Deze klokkengieter was een zoon van Peter de Clerck. Hij werd in 1624 te Mechelen geboren en stierf aldaar in 1663. Na zijn dood huwt Elisabeth, de weduwe, met Jan IV van den Ghein. Hij was de opvolger van zijn vader. Uit de periode 1650-1663 is een beperkt aantal klokken van hem bekend. Zijn zoon Jacob heeft zich in zeer beperkte mate met klokken bezig gehouden.
bron:
Marc & Karine van Bets-Decoster, De Mechelse klokkengieters (Mechelen, 1998).

Conradus Clockegieters
Conradus Clockegieters komt ook voor onder de naam Klockegieter, Conraets, Janssen, van Raetingen en Potgieter, kennelijk al naar gelang de situatie. Maar alleen als Clockegieters en Janssen heeft hij klokken gegoten. Hij leefde en werkte te Venlo. Zijn vrouw heette Margaretha. Zij hadden kinderen, maar geen van hen volgde hun vader op. Hij moet na 1646 gestorven zijn.
Klokken van hem zijn bekend uit 1608-1644. Maar het zijn er slechts enkele. Van 1629-1643 was hij lid van het St.Lucasgilde te Venlo.
bron:
Jan Verzijl, De Venlosche klokkengieter Conradus Clockegieters (alias Conraets enz.) en zijne familie. In: De Maasgouw, deel 43, jg.48, 1928, p.65-66.

Johan Clockgieter
Johan Clockgieter was inwoner van Deventer. Hij goot in 1483 twee klokken voor Delden. Hij zal wel niet dezelfde zijn als Johan Klockengieter die in 1464 een klok voor Beesel in Limburg goot, maar waarschijnlijk Johannes van Deventer. Zie aldaar.
Er is verder nog een Johan Clockengieter die in 1513 het burgerrecht van Deventer verwierf. Wellicht een zoon? Was hij dezelfde als een andere Johan van Deventer? Zie aldaar.
bron:
M.M. Doornink-Hoogenraad, Deventer klokgieters en hun gieterij. In: Verslagen en Mededeelingen van de Vereeniging tot Beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis, 57ste stuk, 2de reeks, 33ste stuk, 1941, p.77-127.

Coenraet Anthonisz.
Wij kennen hem van een klok uit 1597 voor Scheveningen die hij te Den Haag goot. Was hij een zoon van Anthonius de Borch?

Casparus Coninck
Van deze klokkengieter kennen wij een vijftal klokken in Overijssel. Ook in aangrenzend Duitsland zijn ze te vinden. Het gaat over de periode 1734-1738.

Peter Coninck
Samen goot hij in 1605 met Cornelis van Ammelroy een klok voor Willemstad N.B.

Jacob Coppen
Deze klokkengieter werd te Reusel geboren. In 1466 wordt hij als poorter van Mechelen ingeschreven en zou aldaar het ambacht uitoefenen. Zijn naam wordt ook wel geschreven als Jacob Jancoppens alias van den Eynde, dus Jacob zoon van Jan. Hij moet vóór 1486 overleden zijn. Slechts enkele klokken zijn van hem bekend, zoals een klok uit 1468 te Hooge Mierde.
Zijn zoon, eveneens Jacob geheten, zette het voorvaderlijke beroep voort, doch slechts voor korte duur en derhalve ook zonder succes. Dochter Cecilia trouwde vóór 1500 met de Mechelse klokkengieter Peter Waghevens.
bron:
Marc & Karine van Bets-Decoster, De Mechelse klokkengieters (Mechelen, 1998), p.27.

Meester Corsten
In 1300 zou een meester Corsten of Corster voor Odiliënberg een klok hebben gegoten.
bron:
Karl Walter, Glockenkunde (Regensburg & Rom, 1913), p-.715.

Antoine Coubillot
Deze gieter goot in 1635 een klok voor Roosendaal. Dat is alles wat wij van hem weten.

Jan Crans
Jan Crans, zoon van de wijnverlater Sipke Crans, werd in 1670 te Amsterdam geboren. Hij verkrijgt het poorterrecht van die stad in 1700. Ten tijde van zijn huwelijk in 1702 met Jannetie Frans Schulp te Burgerdam woont hij te Amsterdam. In 1713 wordt hij belast met de leiding van de geschutgieterij te Enkhuizen. Daarvoor had hij in Emden gewerkt, zij het waarschijnlijk voor slechts korte tijd. In 1724 sluit hij een contract over zijn aanstelling tot landsgeschutgieter te Den Haag. Crans was een zeer productief klokkengieter. Zijn zoon Cyprianus volgt hem in 1725 te Enkhuizen op. Jan Crans overleed in 1739 te Amsterdam. 
bron:
S.Spoelstra e.a., Voorlopige inventaris van de werkstukken van de Enkhuizer klokkengieters (manuscript uit 1981 aanwezig in de bibliotheek van het Nationaal Beiaardmuseum).

Cyprianus Crans
Cyprianus Crans werd in 1703 te Amsterdam geboren als zoon van Jan Crans en Janette Frans Schulp. In 1740 huwt hij Sophia Cornelia van de Heuvel. Hij is sinds 1725, als opvolger van zijn vader, belast met de leiding over de geschutgieterij te Enkhuizen. In 1734 beëindigt hij aldaar zijn werkzaamheden en huurt hij de stadsklokken- en geschutgieter te Amsterdam. In 1739 werd hij aldaar ook poorter. In die stad is zijn productie zéér omvangrijk, klokken kanonnen, vijzels enz. Hij overleed in 1755 te Amsterdam.
bronnen:
S.Spoelstra e.a., Voorlopige inventaris van de werkstukken van de Enkhuizer klokkengieters (manuscript uit 1981 aanwezig in de bibliotheek van het Nationaal Beiaardmuseum).
B.Bijtelaar, De Zingende Torens van Amsterdam (Amsterdam, 1947), p.43.

Cornelis Crans
Cornelis Crans, wellicht een broer van Cyprianus, is als gieter te Enkhuizen werkzaam van 1734, het jaar waarin Cyprianus naar Amsterdam vertrekt, tot vermoedelijk 1745. Cornelis Crans heeft van 1745 tot zijn dood in 1751 als landsgeschutgieter te Den Haag gewerkt. Zijn erven onder leiding van Jan Crans, hebben hier de zaken voortgezet tot 1756. In 1755 werd Jan Verbruggen te Den Haag als zijn opvolger benoemd.
bron:
S.Spoelstra e.a., Voorlopige inventaris van de werkstukken van de Enkhuizer klokkengieters (manuscript uit 1981 aanwezig in de bibliotheek van het Nationaal Beiaardmuseum).

Alewijn Crombosch en de Erven Alewijn Crombosch
Alewijn Crombosch te Amsterdam was de zoon van Rembert Crombosch. Hij was de zwager van de Rotterdamse gieter Johannes Specht en een neef van de Amsterdamse gieter Hendrik Kemper. Hij stierf in 1756. Van Alewijn Crombisch kennen wij slechts een klok uit 1746. Voorts een zevental uit 1760-1773 van de Erven Alewijn Crombosch. 
bronnen:
B.Bijtelaar, De Zingende Torens van Amsterdam (Amsterdam, 1947), p.45.
M.A.Brandts Buys, Lijst van Nederlandsche klokkengieters met enkele bizonderheden (’s-Hertogenbosch, 1925), p.6.
J.Th. van Doesburgh, Letters in Brons. Een verzameling van gegevens over bronsgieters in de Lage Landen (Terwolde, 1996), p.13-14.