beiaarden.nl--andrelehr.nl

Over carillons, gieterijen, musea,campanologie, enz.

-->

-S-

 

  • scheepsbel
    Gewoonlijk een bel, doch in meer fraaie uitvoeringen een klok met versiering en opschriften.
  • schachtoven                                         
    Een voor brons verouderd type bestaande uit een vuurvaste cilinder waarin afwisselend houtskool en brons werd gestapeld. Door middel van blaasbalgen kan een zodanig fel vuur tot stand gebracht worden dat het brons gaat smelten. Het vloeibare brons wordt aan de onderzijde afgetapt door een lemen prop uit de ovenmond te stoten (afsteken).
  • schouder
    De overgang van de min of meer verticale flank naar de kop, het bovenste deel van de klok (afbeelding).
  • schuifnootje
    Een nootje, zie afbeelding, dat door te verschuiven elke gewenste positie op de speeltrommel gegeven kan worden en zulks in tegenstelling met het vaste nootje.
  • schuine hoogte
    De rechte afstand van de lip van de klok tot aan de schouder.
  • secundaire slagtoon
    Ook wel bekend onder de naam slagtoonkwart omdat deze doorgaans een undeciem hoger is dan de primaire slagtoon.
  • septiemklok        zie niet-octaafklok.  
  •                    
  • sextklok             zie niet-octaafklok.
  • sierrand
    Een repeterende ornament tussen twee horizontaal lopende sierringen rondom de bovenflank van de klok. Zie de afbeelding.
  • sierring
    Een smalle verhoogde ring rondom de klok. Zie de afbeelding
  • sjablone
    De houten of aluminium mal waarmee de kern of de valse klok wordt gedraaid.
  • slag
    Oorspronkelijk de dikte van de slagring; later gedefinieerd als een bepaald deel van de diameter, bijvoorbeeld het vijftiende deel. Alle maten van een profiel worden in slagen uitgedrukt.
  • slagring
    Het dikste deel van de klok waartegen de klepel of hamer slaat (afbeelding).
  • slagtoon
    De fysiologische toonhoogtegewaarwording op het moment van aanslag van de klok. Deze toonhoogte is niet identiek met een partiaal, doch is volgens een vuistregel altijd een interval van één octaaf lager dan de vijfde partiaal het octaaf (octaafregel). In werkelijkheid is de slagtoon een periodiciteitstoon die gevormd wordt door de partialen octaaf, duodeciem en het dubbeloctaaf.
  • slakken                          
    Metaaloxides en andere niet-metallische stoffen die tijdens het smelten op het bad drijven. Deze worden vlak voor het gieten verwijderd.
  • slink
    Een gietfout bestaande uit niet volledig gevormde kristallen waarvan de boomstructuur duidelijk zichtbaar blijft (afbeelding).
  • sluitrand
    Een schuine rand aan de onderzijde van de kern waar omheen de onderzijde van de mantel past zodat kern en mantel niet scheef ten opzichte van elkaar gepositioneerd worden. Op de afbeelding ziet men een kern met de sjablone van de valse klok.
  • smeltoven       zie kroesoven, schachtoven en vlamoven.
  • smeltverlies
    Het percentage brons dat tijdens het smelten en gieten verloren gaar, voornamelijk door verbranding. Het smeltverlies ligt in de orde van grootte van 4%.
  • smelttemperatuur
    Temperatuur waarbij een metaal of legering smelt. Zie ook giettemperatuur.
  • sordino-inrichting
    Een mechaniek op een beiaardklavier waarmee met één handeling de diepgang verminderd wordt waardoor de klokken zachter aangeslagen worden. Het systeem wordt niet meer gebruikt.    
  •                  
  • speelband
    Een eindloze band van kunststof waarin gaatjes zijn geponst overeenkomstig de gewenste muziek. Zodra een gaatje een lichter passeert, wordt een stroomkring gesloten waardoor de bijbehorende elektromagnetische speelhamer bekrachtigd wordt.
  • speelhamer                                                  
    Hamer aan de buitenzijde van de klok die vanuit de speeltrommel omhoog wordt getrokken om vervolgens als vrijvallende hamer de klok aan te slaan. Zie ook elektromagnetische speelhamer.
  • speelklok             zie beiaardklok.
  • speeltafel             zie beiaardklavier     
  •                         
  • speeltrommel           
    Een doorgaans grote messing of gietijzeren wals (afbeelding) waarin voor elke speelhamer een baan met gaatjes is aangebracht waarin stiften, nootjes genaamd, gestoken kunnen worden (afbeelding). Zodra tijdens het draaien van de trommel een nootje de bijbehorende lichter uit het trommelklavier laat kantelen, wordt de hamer van de klok gelicht (afbeelding). Na passeren van het nootje valt de hamer op de klok, doch wordt daarbij onmiddellijk van de klok afgeduwd door een lange bladveer. Een trommelmaat, dat wil zeggen de afstand tussen twee gaatjes, wordt doorgaans door nootjes met bruggen van verschillende lengtes in achten ingedeeld (afbeelding). Die boven het gaatje is de eerste tel en heet daarom eentje. Het tweetje is een achtste verder, een drietje een kwart enz. Het achtje is zeven achtste noten van het eentje verwijderd en een achtste van de volgende trommelmaat.
  • spil
    De verticale spil waaraan de om de vorm draaiende sjablone is bevestigd.
  • springtrommel
    Een speeltrommel met een dubbel aantal banen waarbij het trommelklavier door één baan naar links of rechts te verspringen de banen met uitsluitend even of oneven rangnummers gebruikt. Er kan derhalve dubbel zoveel muziek op een springtrommel.
  • staalstralen
    Onder hoge druk staalkorrels tegen een klok spuiten waardoor die van ongerechtigheden kan worden ontdaan, bijvoorbeeld restanten vormmaterialen. Ook worden wel slakken gebruikt. Met het oog op de gevaren voor de gezondheid is zand tegenwoordig verboden (zie zandstralen).
  • stamper                                                x
    Bedoeld om vormaarde aan de stampen. Men kent twee typen. De spitsstamper is een houten of ijzeren stang met aan de onderkant een dwars geplaatst afgerond stuk ijzer. De platstamper heeft aan de onderkant een rond of vierkant plaatje ijzer. Soms ook is de stamper geheel van ijzer met aan de onderzijde een grotere cilindrische doorsnede.
  • stapel
    Middenstijl van de klassieke kroon waarin het klepeloog wordt vast gegoten.
  • starre luidklepel
    Een luidklepel die zich ten opzichte van de luidende klok niet beweegt.
  • stembank
    Carrouseldraaibank waarop grotere klokken tijdens het stemmen worden uitgedraaid.
  • stemgrafiek
    Een grafiek waarin voor een bepaalde partiaal wordt aangegeven hoeveel cents die partiaal stijgt of daalt indien aan de binnen- of buitenzijde van de klok op een bepaalde plaats brons wordt weggenomen.
  • stemmen
    Door aan de binnenzijde van de klok op daartoe noodzakelijke plaatsen brons weg te draaien totdat de laagste vijf partialen het gewenste akkoord vormen. Hogere boventonen worden niet gestemd.
  • stemming                                    
    De toonstructuur van een klank waarbij de afwijkingen ten opzichte van de normaaltonen in zestienden of cents worden gegeven.
  • stemvork met loopgewichten
    Een stemvork met op elk been een verplaatsbaar gewicht zodat de toonhoogte van die stemvork gewijzigd kan worden. Zie de afbeelding. Op een van de benen is een schaal aangebracht. Wordt de voet van de stemvork op de klok geplaatst en de frequentie van de stemvork komt overeen met die van een van de partialen dan zal de klok in die bepaalde partiaal resoneren.
  • stokkenklavier            zie beiaardklavier.
  • stookgat
    De opening in de vuurhaard van de vlamoven waardoor het hout wordt geladen.
  • stopbalk
    De stopbalk in de klokkenstoel voor het wisselluiden zorgt ervoor dat de klok niet de volle zwaai maakt, dus 360 graden, doch de klok afremt zodra deze op zijn kop staat.
  • stopstang                                        x
    Een ijzeren staaf met aan het uiteinde een omgekeerd bevestigde ijzeren kegel. Deze wordt gebruikt om het gietkanaal gesloten te houden totdat de gietkom met voldoende brons is gevuld. Ook wordt hij wel gebruikt om ervoor te zorgen dat geen zand in de vorm valt.
  • strobostemmer
    In deze toonmeter, meer bekend onder de naam strobotuner, bevindt zich een speciaal ontworpen roterend schijfje (afbeelding) dat op een willekeurige hoeksnelheid kan worden ingesteld. Neonlampen achter het schijfje gaan synchroon aan en uit in de frequentie van de toon die gemeten wordt. Zodra door wijziging van de snelheid van het schijfje het aan en uit gaan gesynchroniseerd is op de hoeksnelheid van het schijfje, zullen de daarop afgetekende figuren stil lijken te staan. Het verschijnsel bezit overeenkomst met de stilstaande spaken van een in een film bewegend rijtuig, wanneer het aantal filmopnamen per minuut hetzelfde is als het aantal voorbij draaiende spaken per minuut.
  • studieklavier
    Een klavier waarop de beiaardier thuis studeert. Het is een beiaardklavier dat niet met klokken is verbonden, doch waarin als klankbron doorgaans een metallofoon is ingebouwd.
  • suikerbroodmodel
    Klokmodel met sterke gelijkenis met het slanke en hoge suikerbrood.

 

T