beiaarden.nl--andrelehr.nl

Over carillons, gieterijen, musea,campanologie, enz.

-->

-M-

 

  • majeurklok      zie grote terts-klok.
  • mal                    zie sjablone
  • mantel
    De vuurvaste contramal van de buitenzijde van de te gieten klok. De afbeelding toont de mantel hangende boven een kern.
  • materiaaldemping            zie inwendige demping.
  • matrijs
    Houten of metalen matrijs waarin letters of versieringen in spiegelschrift zijn uitgesneden zodat de wasafdrukken die daarin gemaakt worden, als positief tevoorschijn komen.
  • meetrekkende veer         zie compensatieveer
  • melodisch gelui
    Twee of meer luidklokken die een diatonische reeks vormen, bijvoorbeeld c - d - e. Er bestaan ook harmonische geluien.
  • metaalkammetje            zie gietkammetje.
  • metaalkwart                   zie secundaire slagtoon.
  • middengat                         
    Gat in het midden van de kop van een klok zonder kroon. Door dit gat wordt de ophangbout gestoken.
  • middentoonstemming
    Stemming die gekenmerkt wordt door het feit dat vier kwinten gelijk zijn aan twee octaven (2400 cents) plus een reine grote terts (386 cents). Een middentoonkwint is derhalve 696½ cents. De navolgende kwinten worden volgens die waarde voor muziekinstrumenten met vaste tonen gekozen: es - bes - f - c - g - d - a - e - b - fis - cis - gis. Het interval gis - es wordt wolfskwint genoemd. In feite is het een verminderde sext.
  • mixtuurtonen
    De partialen hoger dan de partiaal het octaaf. Ze dragen bij aan de klankkleur van de klok.
  • model
    Hieronder verstaat men doorgaans de uitwendige vorm van een klok. Zie aldaar en ook onder profiel
  • mond
    De open onderkant van een klok.
  • mondingeffect         zie bim-bam.
  • muziekband              zie speelband.