beiaarden.nl--andrelehr.nl

Over carillons, gieterijen, musea,campanologie, enz.

-->

Geert van Wou in Aldeboarn

                                                                          

 

Inleiding

De Doelhôftsjerke heeft het afgelopen jaar een grondige restauratie ondergaan. Ook de klokken zijn gereviseerd en luiden weer als vanouds. Wat echter veelal onbekend is, is dat de grootste en zwaarste klok gegoten is door een heel bekende en zeer bekwame klokkengieter uit de 15e/16e eeuw. Deze Geert van Wou wordt zelfs beschouwd als de belangrijkste klokkengieter van West-Europa van zijn tijd. Maar wie was hij eigenlijk? En wat maakte hem tot zo’n groot meester? Daar wil ik graag wat over vertellen.

 

Geert van Wou: een levensbeschrijving

Rond 1450 wordt Maria Johannes Gerardus de Wou geboren in, waarschijnlijk, Nijmegen. Zijn vader Willem verdient de kost als klokkengieter, maar sterft jong. Geert is dan een jongen, te jong nog om het vak te kunnen leren. Het is niet duidelijk waar en door wie hij dan wel opgeleid is.

In 1474 laat Geert van Wou zich inschrijven als poorter (burger) van ’s Hertogenbosch. Zijn beroep oefent hij uit in een gieterij waarvan de eigenaar pas overleden is. Het is goed mogelijk dat deze Willem Hoernken zijn leermeester is geweest. De opbrengsten van de gieterij gaan naar  weduwe Luitgart en haar kinderen.

In 1477 gaat Van Wou een samenwerkingsverband aan met de Bossche gieter Gobel Moer.  Ze gieten ze samen een klok voor de Sint-Eusebiuskerk in Arnhem. Daarna gaat Van Wou verder als zelfstandig klokkengieter.

In 1480 vestigt hij zich in Kampen, de stad waar hij de rest van zijn leven zal blijven wonen. Hij voorziet de stad en een aantal omliggende plaatsen van klokken.

In 1505 giet Van Wou een gelui van dertien klokken voor de Domtoren in Utrecht, waarschijnlijk een diatonische klokkenreeks over anderhalf octaaf. Het geheel is zo zwaar en omvangrijk, dat het alle geluien in die tijd ruimschoots overtreft. 
Vanuit Kampen giet Van Wou klokken en ook geschut voor heel Noord-Europa. Zijn klokken zijn te vinden in Nederland, Duitsland, België en Denemarken. De meeste en grootste klokken bevinden zich in Duitsland.

Ondanks dat Geert van Wou een eigen gieterij bezit in Kampen, is hij vaak op reis. Het gieten van enorm grote, zware klokken gebeurt dan namelijk nog ter plaatse. Dit is veiliger dan ze te vervoeren over veelal slechte wegen. Naast  de kerk of toren wordt daarom een tijdelijk een gieterij ingericht. In zijn Kamper gieterij worden lichte klokken en vooral geschut gegoten.

In 1482 wordt Geert van Wou lid van het Kamper Schepenmemorie , een religieus broederschap van de Kamper elite. Geert van Wou is inmiddels een man van naam en aanzien.

Geert van Wou sterft in 1527 in Kampen. Daar wordt hij op 23 december begraven in de Bovenkerk.

 

Geert van Wou als klokkengieter

Geert van Wou wordt dus gezien als de belangrijkste klokkengieter van West-Europa. Maar wat deed hij dan dat hem tot zo’n uitzonderlijk klokkengieter maakte?

Ten eerste introduceert hij het gieten volgens een diatonische reeks. Dat wil zeggen: volgens de witte toetsen van de piano. Of, anders gezegd, toonladdergewijs.

Deze manier van gieten was geheel nieuw. Tot die tijd was het niet gelukt om een serie klokken te maken die allemaal correct gestemd zijn. Van Wou lukt het wel, uitstekend zelfs, en daarmee steekt hij met kop en schouders boven zijn collega’s uit.

Maar er is meer. Waarschijnlijk is het Van Wou die het principe van de dynamische gelijkvormigheid ontdekt. Dit principe bepaalt dat, wanneer de diameter van een klok (en dus ook haar hoogte, wanddikte enz.) verdubbelt, de frequentie van haar boventonen halveert.In mensentaal: twee klokken waarvan de eerste dubbel zo breed als de tweede, verschillen een octaaf in toonhoogte.

Hiermee onderscheidt Geert van Wou zich van zijn collega’s. Van Wou moet de muziek­theorie voortreffelijk  beheerst hebben. Het was allerminst vanzelfsprekend dat een klokkengieter daar toen van op de hoogte was. Van Wou was dat wel.En hij moet bekend zijn geweest met rekenkundige en muzikale structuren die dit met  zich meebracht.

Na 1507 wordt Van Wou minder actief. Hij giet zijn klokken vanaf dan vaak in samenwerking met Johannes Schonenborch en voornamelijk nog voor de Nederlandse markt. De klokken uit de periode 1523 tot 1527 zijn waarschijnlijk gegoten door zijn gelijknamige zoon of neef, en ook gesigneerd met de naam Geert van Wou.

Naar het schijnt zijn er 140 klokken van Geert van Wou bewaard gebleven.

 

Van Wou’s meesterwerken

Geert van Wou goot talloze klokken. Voor steden en kleine plaatsen in Nederland, maar ook in het buitenland. Een aantal onbetwiste hoogtepunten volgen hieronder, gerangschikt op jaartal.

1477: Arnhem, St. Eusebiuskerk;

1497: Erfurt, Dom (Gloriosaklok);

1503: Haarlem, Sint Bavokerk (Roelandklok);

1505: Utrecht, Domtoren (dertien klokken in een diatonische reeks).

 

Van Wouklokken in Friesland

Ook in Friesland luiden Van Wouklokken, onder andere in de volgende plaatsen.

1493: Dronrijp;

1495: Hemrik;

1520: Donkerbroek (in samenwerking met Jan Schonenborch);

1526: Aldeboarn;

1538: Luinjeberd (door Geert van Wou jr.).

 

De klok in de Doelhôftsjerke

In de toren hangen twee klokken. De Van Wouklok is de oudste en grootste klok van de twee. Hij is gegoten in 1526 en heeft de volgende randschrift: Jhezus, Maria Johannes, Gherardus de Wou me fecit anno domini MCCCCCXXVI. Deze klok is vermoedelijk gegoten door de gelijknamige zoon of neef van Geert van Wou. Beide klokken van de Doelhôf zijn in de Tweede Wereldoorlog geconfisqueerd door de Duitsers. Alleen de Van Wouklok is (in 1946) teruggekomen.

 

Voor meer informatie/bronvermelding

Het is onmogelijk om het vakmanschap van Geert van Wou in dit korte artikel echt recht te doen. Hij was een uitstekende klokkengieter, qua zowel theoretische kennis als praktische uitvoering. Hij bezat de kennis en de vaardigheden om zeer zware, grote klokken zuiver op toon te gieten. Dit maakte hem tot de belangrijkste klokkengieter van zijn tijd. Zijn naam was tot in het buitenland bekend.

Er is heel veel informatie over Van Wou te vinden. Zelf heb ik gebruikgemaakt van het onderzoek van André Lehr (1929-2007), klokkenkundige. Hij heeft een uitgebreid verslag geschreven over Geert van Wou en zijn werk. Wie meer wil weten, verwijs ik door naar dit artikel, te vinden op http://www.beiaarden.nl/index.php/artikelen-campanologie/geert-van-wou-2-artikelen/geert-van-wou-een-uitzonderlijke-klokkengieter

Verder heb ik informatie gevonden op de volgende websites:

 

- www.wikipedia.nl;

 

- www.klokkenluiderskampen.tk;

 

 

- www.beiaarden.be;

 

- www.klokkenluiders.nl

 

Van onderstaande boeken heb ik gebruikgemaakt:

- Wil Plantinga - Historische klokkenstoelen in Nederland (Friese Pers Boekerij, 2008);

- Thea Beckman - Hasse Simonsdochter (Lemniscaat, 1983).

Ten slotte wil ik nog Lykele van der Ven bedanken voor de informatie over de Van Wouklok in Aldeboarn.

 

 

Jettie de Wilde